Marathon der Noorderkempen – Rijkevorsel (07/07/2012)

Geschiedenis herhaalt zich. Zo wordt toch gezegd. Denken we bijvoorbeeld aan de verschillende beurscrashes, talloze oorlogen om religie of het fenomeen “slavernij” dat telkens opnieuw opduikt, zij het met verschillende bevolkingsgroepen en op misschien subtielere wijze. Iets meer recent doen de berichten uit Oost-Congo zeker beelden oproepen uit het verleden, of kan vermoed worden dat het olie-embargo tegen Iran dezelfde dramatische gevolgen zal hebben voor die economie als destijds bij Irak. Minder droevig doch even repetitief zijn de tegenvallende prestaties van ons Belgisch nationaal elftal bij elk groot toernooi. Om van de on-paraatheid van de NMBS bij de eerste sneeuwvlok of vrieskou nog maar te zwijgen. Voorbeelden genoeg  dus, uit economie, samenleving of sport. Wie ben ik dan om die stelling te ontkrachten? Zeker als ze in mijn eigen kleine wereldje bewaarheid wordt, of toch voor een stukje….

“Hoezo?”, denkt U. Ik neem U even mee terug in de tijd, niet eens zo lang geleden overigens. We spreken anno 2008. Jawel, we hadden al computers, GSM’s waren ingeburgerd en zelfs Facebook werd al druk gebruikt. Ter herinnering: het jaar waarin Tia Hellebaut op de Olympsiche Spelen een gouden plak won, de Belgische overheid 112 miljard EUR investeerde om Fortis te redden en Oostenrijk in de ban was van een zoveelste seksschandaal. Remember? Goed zo. Wel nu, mijn onbezonnen ik besloot op dat moment in een overmoedige bui deel te nemen aan de dodentocht. 100km alstublief. Zo ver mogelijk lopen en dan lopen / wandelen afwisselen. Dat was het plan. Prima. Dan moest er ook getraind worden natuurlijk en zo kwam het dat maanden voordien ettelijke wandelingen werden afgelegd al lopend of wandelend en…. ik de Marathon der Noorderkempen in Rijkevorsel  – toen de allereerste editie – als training liep.

Teletijdmachine in en hup… terug naar het heden. Anno 2012. Mijn nog steeds onbezonnen ik besloot in een ondertussen hopelijk iets minder overmoedige bui om nogmaals de dodentocht te doen. Liefst al lopend deze keer. En natuurlijk moet er ook deze keer getraind worden. Eén blik op de marathonkalender bracht me – qua timing – bij …..u raadt het al….  de Marathon der Noorderkempen. Dus ja, de geschiedenis herhaalt zich.

Al hoopte ik wel dat de gelijkenis daarbij zou blijven, wat de herhaling betreft. Hoewel bijzonder blij met de geleverde prestatie in Rijkevorsel destijds was ik niet onverdeeld gelukkig na deze marathon. Om eerlijk te zijn: het was de ergste marathon van m’n leven. Dat lag deels aan mezelf  -geef ik toe – omdat ik er op voorhand mentaal minder mee bezig was geweest omdat het “maar” een training was en dus op het moment zelf zwaar mezelf tegenkwam én omdat ik toen nog echt een publieksloper was en een marathon waar 5 man en een paardenkop aan meedeed niet echt aanzet gaf tot veel publieke aandacht. Met als resultaat dat ondergetekende tegen km 19 omviel van verveling en nog liefst ter plekke zou hebben stilgestaan (gelukkig stak mijn loopmaatje daar een stokje voor). Deels lag het echter ook aan de organisatie. Een eerste editie kampt altijd met kinderziekten. Zo was de bevoorrading niet alles en zat de bezemwagen ons constant op de hielen (tja, we liepen als training, dus traag) waardoor we constant gebrom achter ons hadden. Niet echt aangenaam. De eindtijd – ruim 4u40min – was dan ook niet echt één van m’n topprestaties. Gemengde gevoelens vallen mij te beurt als ik eraan terugdenk en ik hoop dan ook van harte dat het herhalen van de geschiedenis zich beperkt tot de planning. En geen meter verder.

Enfin, zo kwam het dus dat ik op 07/07/2012 aan de start zou staan van de ondertussen vijfde editie van de Marathon der Noorderkempen, niet goed wetend wat te verwachten. Maarten zat in het buitenland voor het werk, en alleen naar Rijkevorsel rijden zag ik niet zitten (vooral het terugrijden niet), dus werd het aangename aan het nuttige gekoppeld: een vriendinnendagje in Antwerpen. ‘s Morgens werd ik opgepikt door Leen en gingen we eerst samen zwemmen. Jawel, zwemmen. Vergeet al die mooie theorieën over rusten voor een wedstrijd, zwemmen blijkt een ideale opwarming te zijn. Nadien lekker shoppen in Antwerpen, tussendoor een pasta-tje eten en lekker kletsen bij een tasje koffie en dan… naar Rijkevorsel.

De meeste mensen zouden na een hele dag zwemmen en shoppen uitgeteld in de zetel neervallen. Of zich hoogstens nog gezellig in een kinepolis-zitje neervleien. Voor mij moest op dat moment de marathon nog beginnen. Borstnummertje opgepikt in een kleine garage ergens aan een steenweg. Hmmm… nog niets veranderd dus. De start? Nog steeds een eenvoudige krijtlijn op het asfalt. Het deelnemersveld? Gelukkig waren de 5 man en een paardenkop van 2008 gemuteerd tot toch wel een een 100tal lopers denk ik. Da’s al beter. De sfeer? Een auto met open koffer met stereo erin blaast Vlaamse schlagers ons richting uit. Oei… Tot overmaat van ramp werd het nog behoorlijk warm (niet mijn favoriete loopweer) en kreeg de dame aan de start het pistool niet in werking, waardoor pas bij poging drie het startschot werd gegeven. Niet echt ideale omstandigheden dus. En toch: het had zo allemaal wel zijn charme en ik had er ongelofelijk véél goesting in. En terecht, zo zou later blijken!

Allereerste opdracht: rustig starten. De conditie was er en het deelnemersveld was snel, dus het risico bestond dat ik veel te snel ervandoor zou gaan en dat het licht te snel zou uitgaan. Inhouden was dus de boodschap. Wegens de toch wat warmere temperaturen hield ik een flesje drank in m’n hand. Nog geen vijfhonderd meter ver hoor ik een stem achter me “ga jij dat nog opdrinken?”. “Euh ja natuurlijk”, antwoordde ik “ik heb niet de gewoonte om vrijwillig nutteloze ballast mee te hossen tijdens een marathon”. “Ah ok”. En zo verliep mijn allereerste kennismaking met Paul, die zijn 156e marathon liep. Voor ik het goed en wel besefte waren we in een heuse conversatie verwikkeld. Een aangenaam gesprek. Het tempo? Grandioos te snel natuurlijk. Maar het liep vlot en ik dus liet ik maar begaan.

500 meter na de start… nog een kleine 42 km te gaan :-)

Rond kilometer drie kregen we plots een enorme plensbui over ons heen. Nee, geen beetje motregen die lekker verfrissend kan zijn.  Geen regenvlaag waarop we de voorbije maanden meermaals werden getrakteerd. Nee, een échte enorme plensbui. Zo eentje waarvan je op twee minuten tijd tot op je ondergoed nat van wordt. Zucht. Nu heb ik persoonlijk liever een beetje regen dan straffe zon, dus vond ik dat niet zo erg. Maar trop is te veel. Ik zag mezelf en Paul als twee verzopen kiekens door de straten van Rijkevorsel hossen en bedacht toch echt dat de lol ver te zoeken was. Ondergetekende had bovendien geen regenjasje mee en kon haar iPod dus niet opbergen. Resultaat: ook dat ding helemaal verzopen en er kwamen alleen nog maar vervormde klanken uit, alsof de zangers onder water zaten. Al was dit laatste misschien een geluk bij een ongeluk, want door een mismanipulatie stond de muziek per ongeluk in het mapje “Franse chançons”… en onder water zijn die nog nét te pruimen….

Zo snel als de bui gekomen was, verdween die ook weer. 3 kilometer verder waren ons kleren alweer droog en het humeur volledig opgeklaard. Enkel de zompige schoenen herinnerden nog eventjes aan de klimatische calamiteiten die ons te beurt waren gevallen. En we lopen door. In het gezelschap van Paul schuiven de kilometertjes voorbij. We wisselen heroïsche en minder heroïsche ervaringen uit en leuke loopanecdotes. Even voorbij kilometer 15 zwaaiden we vrolijk naar de gedetineerden in Merksplas en rond kilometer 18… werd Paul echt helemaal gek. Stond daar een bordje met “tentoonstelling”. Vraagt Paul aan die persoon wat er te zien is, verdwijnt vervolgens naar de tentoonstelling voor een cultureel intermezzo. Ik ben misschien wel een zotte doos, maar zo zot…. er zijn grenzen. Dus ik loop door. Even later haalt Paul me alweer in. “t was de moeite” was het commentaar. Niet normaal.

Het halve marathonpunt was iets om naar uit te kijken. Niet alleen voor de mentale opsteker dat de helft er al op zat, maar vooral omdat vriendin Leen zou klaarstaan met de nodige bevoorrading en de bemoedigende woordjes. Altijd leuk, die aanmoedigingen! Misschien het moment om ook pluimen te geven aan de organisatie. Heel regelmatige bevoorradingsposten met een uitgebreid aanbod en een mooi parcours en natuurrijk gebied. Het deed de wat mindere herinneringen aan 2008 meteen vergeten. Chapeau!

Luchtfotootje van het parcours.

Even voorbij het halve marathonpunt wordt ons groepje groter. Ik loop niet enkel met Paul, maar met een zestal mannen, onder wie ook Jacques van de Wal, die zijn 276e marathon liep. Slik – en ik die al zo trots was met mijn 10e marathon. Een bont en vrolijk gezelschap van heel ervaren ultra-lopers tot een 18-jarige jongeman die zijn allereerste marathon liep en wiens langste training de 20km van Brussel was. De ene helft kon het tempo gemakkelijk aanhouden, de andere wilde iets trager. En daar eindigde mijn tocht met Paul. Samen met Jacques en nog iemand liep ik door, de rest liep iets trager.

De derde persoon in ons gezelschap wilde voor 4u gaan en wij zouden hem hazen. Dat was het plan. Ik hoopte op een gezellig onderonsje, maar al snel bleek dat het vat er een beetje af was bij onze “volger” en dus werd het vooral een entertainend gesprek tussen Jacques en mezelf. Jacques had net zijn zoveelste 100km gelopen en sprak me volgende wijze woorden toe, die ik me tijdens de 6-urenloop van Aalter nog goed zou herinneren: “een marathon loop je met je benen, een ultra met je hoofd”. Bedankt Jacques voor de goud tip, ik heb er veel aan gehad.

Anyway, de tocht gaat verder. Het is een cliché, maar tegelijkertijd een waarheid als een koe: de marathon begint aan km 35. We haalden alleen nog maar mensen in. Enkelen begonnen te stappen. De man met de hamer maakte slachtoffers. Jacques en ik moesten trekken en sleuren aan onze atleet, die het alsmaar moeilijker kreeg. Wijzelf bleven vrolijk babbelen en lopen. Het was de allereerste keer dat ik een marathon met zo’n gemak heb kunnen lopen. De man met de hamer ben ik niet tegengekomen. Op geen enkel moment had ik het gevoel niet meer te kunnen. Hoe zalig! Uiteindelijk gaf onze atleet, wiens tempo nog dramatisch was gezakt, aan dat we mochten doorlopen. Jacques, die zag dat ik nog wel wat over had, versnelde van 6.15 min/km tot een vlotte 5.30 min/km, waardoor we een km voor de finish nog Vincent Meers inhaalden. Ook nog een dame in de verte. “Die gaan we pakken” zei Jacques. En zo geschiedde.

Uiteindelijk kwamen Jacques en ik hand in hand over de finish, 4u en 7min nadat het startschot was gegeven. Als kers op de taart bleek ik ook nog eens eerste dame te zijn geworden in mijn leeftijdscategorie, wat me een prijsje van 25 EUR opleverde. Een rekensommetje leert: minder dan 1 EUR per km…. verdorie… ik moet dringend een lucratievere sport gaan zoeken. Grapje!  Een héél geslaagde marathon en een geslaagd herexamen voor de organisatie van Rijkevorsel: de bevoorrading en het parcours was op en top in orde. De herhaling van de geschiedenis heeft dus gelukkig ook zijn grenzen!

Jacques en ik komen hand in hand over de finish

Tot slot voor de cijferfreaks onder ons nog eventjes de tempo’s per 5 km. Tabelletje waaruit mooi blijkt hoe ik veel sneller startte (5.38 min/km) dan gepland (6 min/km), we tot km 30 vrij constant liepen ondanks Paul zijn getetter ;-) ,  hoe het tempo vanaf km 30 drastisch daalde doordat we onze atleet maar niet vooruit gebrand kregen en hoe we de laatste 2,5 km weer serieus versnelden toen Jacques aan de kar begon te trekken.

Tempo in min/km per blok van 5km.

“If history repeats itself, and the unexpected always happens….how incapable must man be of learning from experience…”  -  Karl Marx.

Geef een reactie