London Olympic Games 2012 : een moment van reflectie

De voorbije twee weken werden alle communautaire spanningen in ons landje vergeten. Onder de mat geveegd. Afgedaan als onbestaand. Geen sprake van Vlaanderen versus Wallonië. Van het noorden versus het zuiden. Van Nederlands- versus Franstaligen…. Nee, op magische wijze werden we plots met z’n allen weer België. Eén land. Eén natie. Eén geheel. Een Waals minister van Sport niet te na gesproken die eventjes probeerde tweedracht te zaaien, maar ook dat werd door een koelbloedige reactie van zijn Vlaamse collega netjes weggewuifd. Wat is er dan toch gebeurd? Wie of wat slaagt erin te doen – zij het tijdelijk – waar geen leger ministers in ons Belgenlandje in schijnt te lukken de laatste tijd?

OLYMPISCHE SPELEN.

Sinds 27 juli zijn de 31e zomerspelen aan de gang in Londen; een evenement dat nog tot zondag menig aardbewoner aan de televisie gekluisterd zal houden – nagelbijtend van spanning, wild aanmoedigend, of teleurgesteld neerzakkend in de zetel. Elk landje ter wereld zendt vertegenwoordigers naar de Britse hoofdstad, met als doel: terugkomen met een medaille. Hoewel we dat laatste niet luidop mogen uitspreken natuurlijk, want de Olympische gedachte luidt nog steeds “deelnemen is belangrijker dan winnen”. Dat klinkt heel mooi. Nobel als het ware. Maar laten we eerlijk zijn – geen enkele atleet die daar aan de start staat die niet de bedoeling heeft het beste van zichzelf te geven en die niet hoopt om een plaatsje op het podium te bemachtigen. En dat kunnen we hen niet kwalijk nemen, hoe zouden we immers zelf zijn. Maar goed, de OS dus: twee weken lang de crème de la crème uit de internationale sportwereld die het tegen elkaar opneemt.

De OS zijn dan ook een groots evenement waar lang naar uitgekeken wordt. Atleten trainen jaren aan een stuk om soms op amper 1 minuut tijd de inspanningen verzilverd te zien … of net in rook te zien opgaan. Een opeenstapeling van emotie ingeblikt in 2 weken tijd. Sport is spanning. Sport is passie. Sport is mooi. Sport is vreugde en ongoocheling. Sport is … zoveel. En net dat maakt de spelen zo mooi. Voor atleten, maar ook voor supporters.

De Olympische vlam, waar het eigenlijk om gaat!

Nu wordt dat “groots” karakter soms ook wat te groots opgevat. Zo heb ik persoonlijk serieuze bedenkingen bij de openingsceremonie, waarvoor maar liefst 34,5 miljoen euro werd neergeteld. Akkoord, het was een indrukwekkend spektakel met mooie effecten en een prachtige choreografie. Rowan Atkinson die het beste van zichzelf gaf was pure nostalgie; een vliegende queen neem je er dan voor het gemak ook maar bij. Mooi. Jawel. Maar serieus…. 34,5 miljoen EUR ? Voor een openingsshow? Voor een ceremonie waarvan het eigenlijke doel is dat een fakkel wordt aangestoken? Is dat niet wat overdreven? In tijden waarin Griekenland en Spanje in zware crisis verkeren, meer dan 50% van de Spaanse jongeren werkloos is, de slachtoffers van de aardbeving in Haiti nog altijd geen dak boven hun hoofd hebben en vermoedelijk de arme kindjes in Afrika die we kennen van op de stickertjes van 11.11.11. toen ik jong was waarschijnlijk nog altijd dikke buikjes hebben van de honger…. Ben ik nu de enige die daar bedenkingen bij heeft?

Soit. De voorbije dagen heb ik mijn talenten als zetelatleet tot in de puntjes geperfectioneerd. Ik kan de uren die ik al televisie-kijkend in de zetel doorbracht al lang niet meer op mijn handen én voeten tellen. En dat is heel wat voor iemand die anders nooit voor de buis hangt. Toegegeven, het feit dat ik moet rusten voor de dodentocht blijkt een handige bijkomstigheid. Alle mogelijke sporten heb ik ondertussen de revue zien passeren, van zwemmen en duiken over tennis en badminton tot atletiek, liggend karabijnschieten, hinkstapspringen, hockey en nog veel meer. Puur entertainment. Vele uren lang. Nu ken ik van de meeste sporten niks. Nada. Nougabollen. De finesses ontsnappen me dan meestal ook. Toch is er iets opgevallen tijdens de berichtgeving. Een steeds terugkerende bemerking, of het nu om turnen of wielrennen ging, om atletiek of zwemmen. Niet altijd, maar vaak:

Uiteraard werden al erg puike resultaten neergezet en sneuvelden ook al enkele wereldrecords. Maar toch wordt even vaak gezegd: “De resultaten liggen lager dan in Peking”…. “er wordt trager gezwommen dan in Peking”… Het lijkt wel of de prestaties achteruit gegaan zijn in plaats van vooruit. Zo was er in het hinkstapspringen  de atlete Olga Rypakova die goud won met een sprong van 14,98 meter. Schitterend, natuurlijk. Ware het niet dat ze in Peking ruim over de 15 meter sprong en net naast het podium eindigde. Huh?  In 2008 liep de winnaar bij de mannen de 400m in 43.75 (La Shawn Meritt). De beste tijd gelopen in de finale dit jaar was 43.94 door James Kirani. Bij de kwalificaties van het polsstokspringen moesten de deelneemsters zelfs geen drie sprongen doen want na twee rondes waren er al maar 12 atletes meer die over de vooropgestelde hoogte van 4m60 geraakten…. In de finales van diezelfde sport wordt het nog duidelijker: in Peking was nog 5m05 nodig voor een gouden plak (Isinbaeva); de Amerikaanse Suhr mag het eremetaal dit jaar mee naar huis nemen na een sprong van…4m75….

Wat is er aan de hand? Aan het enthousiasme en de inzet van de atleten kan het niet liggen. Geen twijfel mogelijk dat zij, net zoals vroeger, zich volledig aan hun sport wijden en hard trainen en sober leven om mooie resultaten te halen. Sporten zijn ook niet moeilijker geworden, denk ik. De regels zijn dezelfde. De principes ook. Ok, hier en daar zal een weersomstandigheid wel enige invloed hebben, en in het zwemmen verwijzen ze maar al graag naar het “post-rubberen-tijdperk” maar ik betwijfel dat dat allemaal grote invloeden heeft. Waaraan ligt het dan wel? Zou het kunnen dat deze “terugval” (als we het zo mogen noemen, want het blijven super prestaties uiteraard) recht evenredig is met de toename in het aantal dopingcontroles? Immers, deze spelen wordt hoog ingezet op dopingbestrijding. Zo liet Jacques Rogge weten dat voor en tijdens de spelen niet minder dan 5.000 controles zouden plaatsvinden. Controles waaraan ook mijn werkgever een steentje bijdraagt, zoals jullie hier kunnen lezen. Zou het kunnen dat de strijd in de sport voor het eerst in lange tijd weer eerlijk(er) wordt gestreden? Dat de grenzen van het rekken van het menselijk prestatiepotentieel zijn bereikt en dat we eindelijk weer eens atleten zien presteren naar hun eigen kunnen? Ik hoop het eerlijk gezegd.  Niets dat de sport immers zo verziekt als smerige dopingpraktijken.

Dit fenomeen heeft natuurlijk ook een keerzijde van de medaille. Heb je dan eens een jonge Chinese revelatie in het zwembad die uitzonderlijk getalenteerd blijkt en waarschijnlijk nog eens mega-getraind werd door het spartaanse Chinese sportregime, die erin slaagt sneller te zwemmen dan haar mannelijke collega-atleten; is het kot meteen te klein en schreeuwt iedereen moord en dopingbrand. Kan het zijn? Misschien wel. Maar als het niet zo is, dan is het jammer voor een oprechte atlete die goed heeft getraind en een prima wedstrijd heeft gezwommen. Te meer omdat bij de medaille-aaneenschakeling van Phelps om één of andere reden géén vraagtekens worden gesteld. Hoe leg je dat dan uit? De jarenlange dopingproblematiek laat duidelijk diepe littekens achter….

Niet alleen de dopingpraktijken bevestigen overigens dat de olympische gedachte “deelnemen is belangrijker dan winnen” duidelijk voorbij is gestreefd. Maar liefst vier koppels badminton-spelers hebben van een wel heel lage moraal blijk gegeven door hun wedstrijd opzettelijk te verliezen nadat ze al gekwalificeerd waren voor een volgende ronde. Uit sympathie voor de tegenspelers? Ik dacht het niet. Uit puur eigenbelang. Niet meer, niet minder. Door te verliezen in de wedstrijd zouden ze in een volgende ronde uitkomen tegen “makkelijkere” tegenstanders. Het is ver gekomen. Uiteraard komt bij sport een hele hoop tactiek spelen. Maar er is toch een verschil tussen “positieve tactiek”, die inherent deel uitmaakt van de sport, en deze “negatieve tactiek” die enkel getuigt van ongelofelijk eigenbelang. Gelukkig heeft de organisatie onmiddellijk gereageerd en de atleten uit de wedstrijd gezet. Een krachtig signaal dat hopelijk gelijkaardige gedachten snel de grond in zal boren.

Tot slot nog dit. Elke keer vindt hetzelfde fenomeen plaats. In de aanloop naar de spelen worden we door de media overspoeld met uitvoerige biografietjes van onze Belgische atleten die om een medaille zullen strijden. Mooi. Dat is niet het probleem. Integendeel. Niets leukers dan te weten wie voor ons land in actie komt om die dan op le moment suprême te kunnen volgen. Waar ik het wél moeilijk mee heb, zijn de voorspellingen, de  kansberekeningen op medailles, de optimistische vooruitzichten die elke Belg er elke keer weer in doen geloven dat we deze keer wél met een hoop lintjes naar huis zullen keren. Noem het gerust het “eurovisiesongfestivalfenomeen”. In de media zijn we telkens op voorhand de grote favoriet. Tegen dat het moment van de uitdeling van de prijzen is gekomen weet men amper nog dat België heeft meegedaan. Zo ook bij de OS. Op voorhand worden onze atleten door de media ofwel meteen als als verliezer geklasseerd (“die mag al blij zijn erbij te zijn”) – wat ik persoonlijk als atleet ook al niet zou appreciëren – of tot winnaar gebombardeerd. Als we de media mogen geloven zouden we deze OS met massa’s medailles naar huis keren. We tellen er op dit moment, beste mensen, welgeteld 3. Drie. En niet eens goud.

Pas op. Vorige paragraaf is géén aanval aan het adres van de atleten. Laat dat duidelijk zijn. Medaille of niet, ik heb grenzeloze bewondering voor de inzet en de jarenlange inspanningen van al onze atleten. Allemaal. Zij hebben stuk voor stuk prachtige prestaties neergezet en je mag niet vergeten dat zij één kans krijgen om de vier jaar om te schitteren. Eén kans. Van soms maar enkele minuten. Je zal maar net dan een slechte dag hebben… De druk moet enorm groot zijn. Bovendien is het geen sinecure om als klein Belgenlandje je mannetje te moeten staan tussen kleppers als de USA en China. Dan is een top 16 plaats al iets om heel trots op de zijn. En zelfs de olympische gedachte geldt volgens mij nog altijd. Dus geen kwaad woord over onze atleten, we mogen trots zijn op onze delegatie.

Nee, dit is enerzijds een boodschap aan de media. Omdat zij met hun gedrag zowel enorme druk zetten op de atleten als enorme verwachtingen creëren bij het publiek, dat dan soms teleurgesteld is op een moment waarop eigenlijk trots op zijn plaats is. Anderzijds maak ik me toch de bedenking: elke keer opnieuw is er heisa omdat het BOIC strengere selectiecriteria hanteert dan het internationaal Olympisch Comité. Je zou dan toch verwachten dat onze atleten die door de mazen van dit wel heel dicht geweven Belgisch net glippen, bij de toppers zouden behoren. En toch…. 3 medailles beste mensen. Drie. En niet eens goud. Zou het kunnen dat door de strengere selectiecriteria onze atleten zich al in de periode voor de OS kapot moeten trainen om er te geraken en dan op het moment zelf minder kracht over hebben? Al over hun piekmoment heen zijn? Zou het? Misschien moet het BOIC daar eens over nadenken, de strengere selectiecriteria liggen toch al elke keer onder vuur…

Maar goed. Wie ben ik, als amateur lopertje om dat alles te gaan becommentariëren en bekritiseren? Ik wilde gewoon even mijn bedenkingen delen, eventueel jullie reacties erop of meningen erover horen,  en  tegelijkertijd mijn ongelofelijke bewondering uiten voor élk van de atleten die in Londen in actie is gekomen. De jaren voorbereiding en toewijding die zij hebben voor de sport is iets waar ik als amateur sporter enorm respect voor heb. Chapeau!

“The most important thing in the Olympic Games is not winning, but taking part; the essential thing in life is not conquering but fighting well” – Pierre de Coubertin

Geef een reactie