Dodentocht – 10-11/08/2012

Even lang als je ernaar hebt uitgekeken… even snel is het alweer voorbij. De dodentocht. Maanden naar uitgekeken en voor getraind en op geen 24u tijd is het alweer geschiedenis…. Gisterenavond stond ik – voor de tweede keer in m’n leven - aan de start van deze heroïsche tocht van 100km rond Bornem. Gestart als klein wandelevenement 43 jaar geleden maar ondertussen gekend ver buiten de landsgrenzen en ook ontdekt door ultralopers, die het traject liever iets sneller afwerken. Om 21u ‘s avonds wordt de start gegeven en je krijgt tussen 10 en 24u de tijd om de afstand af te leggen. Zelf behoor ik tot die groep mensen die het graag wat sneller heeft, en dus ging ik er … om 100km te lopen, met het nummerke 488 op m’n borst als gezelschap.

“Een marathon loop je met je benen, een ultra loop je met je hoofd. Deze wijze woorden werden me ingefluisterd door een ervaren loper tijdens de marathon van Rijkevorsel en ze zijn niet in dovemansoren gevallen. Al tijdens de 6-urenloop van Aalter werd ik brutaal met het mentale aspect van een ultraloop geconfronteerd en ik besef inderdaad dat ik, nog meer dan m’n benen, vooral m’n brein moet meehebben voor dit soort uitdagingen. “Think small” lijkt in dit verband echt voor mij te werken. Kleine doelen vooropstellen. Het overzichtelijk houden. “Ik moet nog 100km lopen” klinkt voor je brein veel moeilijker dan “nog 16 posten en je bent er én de volgende post is al binnen 5 km”. En daarom, beste lezers, stond ik aan de start met het idee dat ik klaar stond voor een uitgebreid buffet. Een 16-gangenmenu van rijsttaartjes, frangipanes, bananen enz, in de vorm van een wandelend… of eerder lopend buffet. Zestien overheerlijke (nou ja…)  maaltijden stonden me te wachten, en OK, om van de ene naar de andere tafel te geraken moest er ook nog gelopen worden. Een beetje. Zo’n 100km ;-) . Strak plan!

uitrusting van een ultraloper…

Gewapend met dit mentale plan trok ik gisterennamiddag, na een dagje verplichte rust met een boekje in de tuin, met de trein naar Bornem.  Gewapend met iets wat verdacht leek op de uitrusting voor een overlevingstocht: camelback, petzl-lampje, garmin, Ipod, fluo-hesje, reservekledij, GSM en eten… véél eten. Dankzij de weersvoorspellingen mocht de regenkledij gelukkig al geschrapt worden, of ik kon het traject bijna als muilezel gaan afleggen. Maar goed…. richting Bornem dus, een rustige gemeente langs de Schelde met een 20.000 -tal inwoners. Toen de NMBS-trein me er om 17u netjes op tijd afzette – jawel – leek het dorp echter omgetoverd door een mini-Gentse Feesten. Overal volk. Overal enthousiaste mensen DIt jaar waren er dan ook een record aantal deelnemers: 10.957!  Muziek. Sfeer. De spanning hing in de lucht. Je voelde gewoon: “hier gaat iets speciaals gebeuren”. En of!

Deze badge met chip aan een lanyard begeleidt ons de hele nacht.

Onder het motto “think small” en “haalbare doelen” begon ik meteen met missie 1: het startnummer – of in dit geval de kaart aan de lanyard – ophalen in de tent. Dat zou nog net moeten lukken. De grote tent in Bornem is makkelijk vindbaar en gevuld met sympathieke dames die ons enthousiast onze badge overhandigen. Even twijfelen tussen de keuze van tafel: “nummers 1-500″ of… “speciale gevallen”. Hmmm. Ik voelde me ook door het laatste aangesproken eerlijk gezegd ;-)  Vijf minuten later stond ik alweer buiten met al het gerief dat ik nodig had. Dat ging makkelijk.  Mission accomplished. Over naar missie 2 dan: mijn rugzak afgeven die ze naar het 50km punt gaan brengen. Ik stopte er wat eten en reservekledij in, je weet maar nooit. Ook dat ging razend vlot en makkelijk, alles super georganiseerd. De mensen weten wat ze doen, kleven netjes een nummer op m’n rugzak én eentje op m’n badge, waarmee ik dan later m’n tas kan recupereren. Eitje. Mission accomplished. We’re on a roll! Enfin, vol vertrouwen (?) dus naar missie 3:  de dodentocht lopen. Zou dit ook zo vlot gaan? Hoop doet leven!

Deze borden wijzen in Bornem de weg naar de start

Wachten en wachten op de start….

De startprocedure was alvast niet zo vlot… Ik begeef me ruim op voorhand (18u – 3u op voorhand) naar de start en zie daar tot mijn verbazing al een hele hoop mensen zitten, liggen, hangen, slapen… je kan het zo zot niet bedenking of je ziet het daar. Een wandelaar in maatpak, met hemd en das… Een jonge loper die luid ligt te snurken op het asfalt. Alles kan. Het worden drie lange uren, die ik doorbracht al zitten op de rand van de stoep met een oude trui onder m’n billen gewurmd. Dat we net in de buurt van een Dixie zaten die precies een beetje “lek” was, hielp ook niet echt. We zagen precies welke boodschap de persoon deed die net het hokje binnen ging. Niet teveel over nadenken!  Een beetje babbelen links en rechts, een oude flair uitlezen… maar na 2 u had ik het wel gehad. Ik was dus heel erg blij toen om 21u stipt ein-de-lijk de start werd gegeven voor dit evenement waar ik al zo lang had naar uitgekeken. De zenuwen gierden door m’n lijf en tegelijkertijd kon ik m’n enthousiasme amper bedwingen. Eindelijk was het zover!

zonsondergang op de schelde

Ook de start zelf verliep nogal chaotisch. De eerste 1.5 km bracht ik al slalommend, hoppelend en huppend tussen de wandelaars door om vooraan te geraken. Pas na een tweetal kilometer had ik eindelijk vrije ruimte om te lopen. Om deze uitdaging op m’n eigen tempo aan te gaan. En vooral: om te genieten. Te genieten van een prachtig parcours (zonsondergang op de Schelde, alsjeblief), een perfecte organisatie, een gemoedelijke sfeer onder de medelopers en wandelaars en vooral de supporterende bewoners van de dorpjes rond Bornem. Geen gehucht zo klein waar we gisteren zijn gepasseerd en toch was er telkens een waar dorpsfeest: iedereen op straat, op gelijk welk uur van de nacht, met muziek, fakkels, al dansend en ons luid aanmoedigend. Echt om van te genieten!  En dat 100 km lang, de weg geleid door de legendarische dodentochtpijltjes aangeduid op weg, boom, struik, hekken en alles wat in de omgeving was te vinden…

50km-stop in de Palmfabriek. Inspirerend voor sommigen.

Hoe omschrijf je dan een tocht van 100 km, een tocht van 12u26 zonder te eindigen met een halve roman? Hoe vat je zo’n mengeling van belevenissen, inspanningen en emoties samen in één A4tje? Ik weet het eerlijk gezegd niet goed. Laten we beginnen met het lopen zelf. Het “think small” principe werkte voor mij echt goed. Vooraf had ik gehoopt op 50km lopen. Stiekem droomde ik van 61km, zoals de 6-urenloop, en alles daarboven zou de hemel zijn. Wat ik niet had verwacht was dat ik, hoppend van de ene gang naar de andere van het 16-delige menu, zonder problemen 73km zou lopen. Echt wel. Om 2u was ik al in de Palmfabriek, halverwege. Mooi 10km/u dus. En ook de volgende 23km verliepen vlot. Zo vlot als kan gaan in het donker natuurlijk. Maar toen was het liedje uit. Plots wilden lijf en leden niet meer. De knietjes protesteerden. De rug volledig vast. Lopen ging niet meer. Wandelen – of iets dat daarvoor moest doorgaan – wel. En dus werden de laatste 23km gewandeld aan 6km/u en kwam ik stralend glimlachend aan de finish om 9u26! Wie had dat verwacht?

Maar bovenstaande paragraaf alleen zou oneer aandoen aan het geheel van indrukken, ervaringen en emoties die ik tijdens de dodentocht heb opgedaan. Momenten die je kippevel bezorgen of die je nooit meer vergeet. Het zijn deze die ik met jullie wil delen.

Als loper loop je bijvoorbeeld de hele tijd alleen. Bijna toch. Ieder loopt zijn eigen tempo. De wandelaars liggen ver achter. Ik had een beetje schrik hiervoor. Zou ik mezelf niet teveel gaan tegenkomen? Maar eigenlijk heb ik enorm genoten van die 12 uren me-time. Als m’n hoofd nu niet is leegemaakt, dan weet ik het ook niet meer. ZO geconcentreerd was ik blijkbaar zelfs, dat ik Carmen en Michael die supporterden aan km 21 niet heb gezien…. Toch bedankt!  Speciaal is het toch ook wel als de supporters zeggen dat je als eerste dame loopt en je er 5km verder…. eentje voorbijsteekt? Huh?

Zo is het ook heel bijzonder om in het donker te gaan lopen. Een vreemde gewaarwording om 95% van je omgeving niét te zien. Stak ik m’n hand uit, kon ik m’n vingers niet zien. De enige verlichting was de verlichte bol geprojecteerd door het “petzl”lampje op de grond. Juist groot genoeg om aan te tonen waar je volgende pas zou zijn. Dat deze duisternis me toch soms even de adem benam. Er kon op drie meter ver een gigantische spin zitten, je zou het niet eens zien. Toch twee momenten waarop de angst me bekroop, gelukkig had de loper achter me dat precies aangevoeld. Hij kwam me vergezellen “omdat vrouwen niet alleen moeten lopen in het donker”. Sympathiek. Of zou het geweest zijn omdat door het beperkte verlichte oppervlak de te volgen pijltjes soms moeilijk zichtbaar waren en hij geen zin had om kilometers extra te doen? De sloeber…

Idyllisch ochtendtafereel

Het vallen van de duisternis mag speciaal zijn, het opgaan van de zon evenzeer. Het moment waarop de wereld ontwaakt, waarop je stiekem zonnestraaltjes aan de hemel betrapt en je de dierenwereld ziet en hoort wakker worden, dat geeft zo ongelofelijk veel energie, echt niet normaal. Bij het ochtendgloren het bord van 75km zien staan geeft een kick, een schaap tussen de nevel onder de eerste zonnestralen hoor je in gedachten je moed toespreken. Wat natuurlijk niet kan, maar ja, na 80km begon ik ook roze olifanten te zien, dus wie weet was dat van dat schaap niet eens zo slecht. Véél beter in ieder geval dan de Delhaize langs het parcours die ons probeert te paaien met de verkoop van pleisters voor blaren….

Over die zonnestralen gesproken: door de zonnige weersvoorpellingen heeft menig wandelaar/loper zich schromelijk mispakt aan de koude tijdens de nacht. Zo ook ikzelf. De vorige keer wisselden we lopen en wandelen af de hele nacht, zodat we nooit echt afkoelden. Deze keer hield ik het lopen vrij lang vol, waarna ik overschakelde, rond 5u30 op wandelen. Op dat moment was het nog berekoud. Telkens ik uitademende versperde een rookwalm mijn zicht. Maar het was kiezen tussen “weer lopen” of “kou hebben”. HEt laatste was minder pijnlijk. Dus hebben we kou geleden… Volgens de organisatie hebben er veel opgegeven door de kou. Jammer.

Nu heb ik bijvoorbeeld ook proefondervindelijk ondervonden dat 100km lopen als je darmen na 20km tegenpruttelen echt geen sinecure is. Dat het waarschijnlijk daarom is dat ik tijdens de bevoorrading onvoldoende heb gegeten en gedronken, uit schrik voor extra toiletbezoekjes, maar met alle gevolgen vandien (zie verder). Niet dat er niet genoeg eten voorzien was. Er was ruime bevoorrading met allerlei dranken, koeken, fruit en sandwichen. Voor elk wat wils. Prima geregeld. En ik die dacht dat ik met m’n 6009 verbrande calorietjes op de dodentocht een kilootje of twee zou kwijt zijn. Met zo’n zestiengangenmenu lukt dat natuurlijk niet. En dan heb ik het nog niet gehad over de dodentochtkoekjes die aan de start werden verkocht… in de vorm van doodskoppen….

Eindelijk heb ik ontdekt dat je van lopen ook blaren kan krijgen. Ik heb nog nooit blaren gehad door te lopen. EN ook de vorige dodentocht was dat niet het geval. En nu muteerden mijn beide voeten rond km 70 in twee gigantische grote blazen. Zo leek het toch. Achteraf leek de schade wel wat mee te vallen. HEt waren er “maar” vier. Wel vier hele grote. Auch!

De laatste loodjes wegen het zwaarst. Dat is altijd zo, en dus niet anders hier. Daarom zou ik ook graag willen weten welke “piwi” het lumineus idee had om de voorlaatste controlepost op een berg ter hoogte van de Kilimanjaro te leggen. Iets wat beentjes die 90km achter de rug hebben, echt niet kunnen appreciëren.  De laatste kms leken lang en zwaar. Gelukkig kwam Maarten supporteren en me tegemoet lopen aan de finish. De laatste 500m legden we samen af. Maar goed ook. Doordat ik zo “vroeg” finishte in dodentochttermen stond er welgeteld drie man en een paardenkop te supporteren. Een mens loopt dan eens 100km. Gelukkig kon ik rekenen op de enthousiaste toejuichingen van reeds gefinishte ultralopers die zich reeds hadden neergevleid op het zowat enige terras dat Bornem rijk is! Leuk.

Voila, dit zijn de belangrijkste ervaringen die ik met jullie wilde delen. Natuurlijk zijn er nog zoveel meer, maar het zijn deze die deze dodentocht voor altijd als unieke ervaring in m’n geheugen zullen griffen.

Al zat het venijn deze keer wel in de staart…Ik was fris en monter toegekomen aan de finish – voor zover een mens fris en monter kan zijn na 100km. Had genoten. Niet te veel afgezien. Alles ging goed. Ik nam m’n prijs en diploma in m’n bezit en babbelde nog wat na met Maarten. Maar toen ik de ROde Kruis Post bezocht om m’n blaren te verzorgen, liep het helemaal fout. Ik werd plots helemaal duizelig en kreeg nog net de kans om dat te zeggen, iets vast te grijpen en dan door m’n benen te zakken. Meteen werd ik op een brancard gelegd. Bloeddruk werd gemeten. Shock! 7 over 3 in plaats van mijn gebruikelijke 11 over 7. Een bloeddrukval! Met een infuus probeerden ze het weer de hoogte in te krijgen. Vergeefs. HEt bleef 8 over 5. Ik wilde slapen. M’n ogen dicht doen, maar mocht niet van de verpleegster “hier blijven” zei ze dan, en tikte tegen m’n wang. “domme trut”, dacht ik dan “loop jij eens 100km, je zal ook willen slapen”. MAar ze had wel gelijk. Na ruim 2 uur besloten ze me per ambulance over te brengen naar een rustigere tent, waar ik kon rusten en verder zout zou krijgen. Dat hielp. 4u later had ik eindelijk weer 11 over 7, doorgeprikte blaren en gemasseerde beentjes en konden we eindelijk naar huis. HEt was toch wel even verschieten!

Maar los van dit laatste. Een SUPER ervaring. Prima organisatie. Prachtig parcours. Geweldige supporters. De zalige eenzame uren van de lopers. HEt speciaal gevoel als je de wereld voelt ontwaken. DE finish in Bornem. Het was afzien en genieten tegelijkertijd. Maar zo de moeite!

Geef een reactie