In het boekenrek: “Runner’s High”

Mocht ik kunnen en mochten mijn spieren en gewrichten het toelaten, ik zou elke vrije minuut van mijn dag al sportend doorbrengen. Daarom niet noodzakelijk al lopend. Maar toch minstens bewegend op één of andere manier. Maar we moeten redelijk blijven, het kan niét. Niet alleen wil ik Maarten de nodige aandacht schenken, mijn huishouden draaiend houden en een sociaal leven nog hebben ook, bovendien weet elke sportende ziel heel goed dat rustmomenten minstens even belangrijk zijn als trainingsmomenten. En wat doet een mens dan op die  – toegegeven, toch vrij zeldzame – rustmomenten? Juist, lezen!

Geef me een goed boek, een knusse zetel en liefst ook nog een tasje koffie erbij (mét koekje, uiteraard) en ik kan urenlang verzinken in een al dan niet fictieve wereld die me door de auteur met zorgvuldig uitgekozen woordenschat wordt voorgeschoteld.  Ik ben nogal fan het genre waarin onze hoge noorderburen uitblinken, nl. de (psychologische) thriller. Geef me een lijk, wat bloed, misschien wat psychologisch gemanipuleer hier en dan, dat alles gekaderd in een spannend verhaal en ‘t is compleet. Mijn boekenrek is dan ook goed gevuld met Nicci French, Karin Fossum, Karin Slaughter, Michael Robotham en consoorten. Absoluut fan ben ik van Jo Nesbo en Harlan Coben, wiens werken ik zonder uitzondering in mijn bezit en gelezen heb. Lang leve de Harry Holes en Michael Bolitars van deze wereld ! Ook Lars Kepler weet zich traag maar zeker naar boven te werken op de literaire ladder. Veelbelovend allemaal.

Een absolute must voor de hardloopfan!

Maar het hoeft niet altijd over lijken en bloed te gaan, toch? Zeker tijdens deze vakantie, waar het aantal loopuren toch wat beperkt wordt gehouden om de beentjes te laten bekomen van de dodentocht, is het leuk om eens iets te lezen over …. lopen :-) En zo kwam het dat ik tijdens de lange wachturen op Zaventem in en het vliegtuig op weg naar Zagreb het boek “Runner’s High” van Kees Kooman ter hand nam.  Kees Kooman was één van de redacteurs van het Nederlandse loopblad “42″, een naar het schijnt populair tijdschrift  voor lopende lezers of lezende lopers waarin o.a. ook loopverhalen werd gepubliceerd. Hoewel succesvol, kon dit blad naar verluidt niet op tegen de naam en faam van het concurrerende tijdschrift Runner’s World, waardoor het uiteindelijk een stille dood is gestorven, alle goede verhalen met zich meenemend in het graf. Kooman groef voor dit boek diep in de schatkamer van deze verhalen en koos de beste eruit om met het grote publiek te delen. Het resultaat is…. dit boek, dat ik in één ruk heb uitgelezen.

Het boek voert je – via vlot leesbare, indrukwekkende, soms herkenbare kortverhaaltjes – van het ene straffe loopverhaal langs het andere. Het beschrijft zowel de dagelijkse looptrainingen van bekende en minder bekende lopers als buitengewone prestaties, zoals het duizend marathons lopen aan één stuk door. Dankzij de getuigenissen over moeilijke trainingen en confrontaties met de man met de hamer voel je je als amateur loper, net iets minder amateur, ook de groten der atletiekwereld komen dat immers tegen. Een leuk, entertainend boek, vooral voor de lopers herkenbaar denk ik dan. Het ene stukje leest al vlotter weg dan het andere, maar het is zeker en vast een aanrader voor al wie met lopen bezig is.

Zonder het hele boek te verklappen wil ik toch enkele zaken met jullie delen. Zinnen die me aangrepen of alinea’s die bijzonder herkenbaar waren. Zo was er het verhaal van de Braziliaan Vanderlei de Lima die in de OS van 2004 brons won op de marathon. Hij omschrijft zijn leven als loper als “een aaneenschakeling van steden en gelopen tijden” en stelt dat “er allerlei soorten pijn zijn en de juiste manier om eraan te weerstaan is …. je over te geven“.

En dan is er Yannis Kouros’, een Griek die in 24u tijd ruim 7 marathons kan lopen en verschillende wereldrecords op zijn naam heeft zijn. Hij vergast ons in het boek met een betoog over de OS. Bijzonder verrast was ik te lezen dat hij mijn mening (zie eerdere post over Londen OS) deelt: “De olympische geest? Die bestaat allang niet meer. Ik denk dat de OS snel zullen verdwijnen, nog sneller dan we ons kunnen voorstellen. Het proces van verrotting is al begonnen, van binnenuit..”. Waarop nog een heel betoog volgt over doping, de rol van het IOC en de overheid. Om je vingers van af te likken!

Een amateur-marathonloper die zijn  debuut maakte op de marathon van New York en er na 5,5 u over de streep kwam – volgens hem op niet elegante wijze, schrijft hierover een sublieme quote: “finishfoto’s zien er altijd uit alsof ze ongelukkig zijn genomen. Integendeel, het zijn feilloze registraties van een ongelukkige werkelijkheid“. Eentje om over na te denken.

Tegelijkertijd  grappig en intriest was de anekdote waarin Jesse Owens, bekend Amerikaans sprinter, die goud won op de OS. Jesse Owens kreeg hiervoor als zwarte uit een arm gezin niet bijzonder veel erkenning kreeg in zijn land destijds, ging sprinten tegen een paard. Gevraagd waarom hij dit deed antwoordde hij droogweg “ik heb vier gouden medailles…. maar die kan ik niet opeten”

En tot slot nog dit ongelofelijk ontroerend verhaal van een beloftevolle Argentijnse loper, Miguel Sanchez, die tijdens de dictatuur in zijn land op een nacht gewoon van zijn bed werd gelicht en ontvoerd. Het boek publiceert een gedicht dat nog van hem in de krant werd gepubliceerd “para vos atleta” (ofwel: voor jou, sporter). Een mooi stukje poëzie…. maar dat moeten jullie zelf maar lezen!

Een aanrader voor de sportende medemens!

Geef een reactie