In het boekenrek: “Loopgek”

Net voor we op vakantie vertrokken stond ik in de Fnac voor het rek “sport” watertandend naar de veelheid aan boeken te kijken. Minstens 10 verschillende titels lachten me uitnodigend toe, allen over hardlopen en / of marathon. Waarom ik dan net dit exemplaar – “loopgek” van Wim Derksen – uit het rek koos om mee te nemen naar huis? Simpel, de achterflap! Die luidt als volgt: “Als je één marathon hebt gelopen, wil je een volgende proberen. Als je een paar marathons hebt gelopen, wil je je aan een bergmarathon wagen; en daarna wil je nog meer, verder dan die magische grens van 42.195 kilometer. En ergens in dit traject word je loopgek”.  En dat klonk zo ontzettend herkenbaar en ik voelde me zo ontzettend aangesproken, dat ik het boek gewoon moést meenemen.  Al moet ik wel toegeven dat ik de fase “bergmarathon” gewoon heb overgeslaan, maar dat zal meer te maken hebben met mijn onderontwikkelde klimspieren dan met de mate waarin ik loopgek ben. Denk ik dan.

Wim Derksen vertelt in het boek via korte hoofdstukjes het verhaal in de aanloop naar zijn deelname aan de Swiss Alpine, een bergloop over 78 km in de Zwitserse Alpen. Hoewel geen literair hoogstandje, leest het boek toch lekker snel weg (misschien omdat het onderwerp me interesseert) en bevat het zeker een aantal herkenbare elementen. Bestaansreden van het werkje is de gedachte dat je marathons moet leren lopen. Dat je één keer over de finish moet zijn gekomen met bloedende tepels of blaren moet hebben gehad door nieuwe sokken te dragen tijdens de wedstrijd. Dat je uit dergelijke fouten moet leren om uiteindelijk “makkelijk” marathons te kunnen lopen. En het zijn net die fouten en kleine lesjes die in de verschillende hoofdstukjes aan bod komen.

Alleen al in de filosofie van het boek kan ik me vinden. Je moet inderdaad een paar marathons gelopen hebben en beginnersfouten hebben gemaakt om het de volgende keer beter te kunnen doen. Waar ik tijdens mijn eerste marathon in Parijs nog 3km met steken in mijn zij liep door een niet-geteste sportdrank van de organisatie aan te nemen of de laatste 5km met soppende schoenen moest lopen omdat ik – wegens de warmte – té enthousiast onder de spuiten van de brandweer was gelopen om dan na 4u26 strompelen de finish te bereiken, loop ik tegenwoordig de marathon op water en cola en weet ik heel goed alle mogelijke plassen en spuiten te vermijden. Resultaat? Comfortabel aan de finish komen en de dag nadien niet stijf zijn. De redenering van Derksen kan dus op mijn bijval rekenen, en daarom is het wel leuk om al zijn kleine en minder kleine fouten te ontdekken, te herkennen, of netjes in je gedachten te noteren om vooral zelf niet die fout te maken.

Derksen maakt ook van het boek gebruik om enkele basisbegrippen en regeltjes uit het hardlopen toe te lichten. Zo legt hij uit waarom lopers in min/km rekenen en niet in km/uur, of wat het omslagpunt is en waarom dat zo belangrijk is. De metafoor van de bloembol inzake trainingsbelasting is zeker het lezen waard! Zo krijg je ongemerkt, tussen het vlot lezen van de verhaaltjes door, toch ook weer een heleboel basis informatie mee zonder dat het een saaie boel wordt.

En tot slot voel ik ook een sympathie voor Wim Derksen: na de Jungfrau marathon (ook in de bergen) succesvol te hebben afgelegd, zakte hij door zijn benen en moest ie even op een brancardje gaan liggen wegens… te weinig zout. Waar hebben we dat nog gehoord???? :-) En zo zie je… een fout die we dus niet meer gaan maken. Doel van het boek bereikt!

Een aanrader voor lopers, die om herkenbare ‘stoten’ zullen glimlachen, die zeker en vast een aantal interessante weetjes zullen opscharrelen, en die gewoon graag lezen over het trainen naar en het bereiken van een doel. Literatuurlovers echter zullen echter op hun honger blijven zitten. Maar het hoeft toch niet altijd Aaron Grunberg of Paulo Coelho te zijn, toch?

Geef een reactie