Marathon Berlin 2012: een verslag

Mutai en Kimetto aan de finish

Ik zou hier kunnen vertellen over het vreemde duel tussen Mutai en Kimetto op de laatste rechte lijn voor de finish. Een duel dat er geen was. Mutai was uitgeput, Kimetto niet helemaal, maar deed geen moeite om zijn trainingsmaatje nog voorbij te steken, waardoor Mutai niet enkel de marathon van Berlijn won, maar meteen ook de World Marathon Majors Series en 500 000 dollar. Ik zou kunnen vertellen over het kapsel van Kebede dat de aandacht afleidde van haar knalprestatie. Ik zou kunnen vertellen over de mooie prestaties van de Duitsers Jan Fitschen en Anna Hahner. Maar omdat ik dat allemaal niet live gezien heb, houd ik het maar bij een verslag van mijn eigen wedstrijd. Niet alleen daarom, ik ben ook best wel trots op mijn wedstrijd.

Aberu Kebede

De training liep de weken voor de grote afspraak niet zo lekker. Een hoestje hier, een beetje snot daar en af en toe wat pijn aan de heup. Gelukkig wist ik al dat er in die laatste weken niet veel meer aan de conditie verandert. Voor de rest had ik beter dan ooit getraind en bleef ik er dus bij dat de 3:10-grens gebroken moest worden. In mijn vorige blogpost hier had ik het er al over dat ik het gevoel had zelfs nog een stuk sneller te kunnen. Dat bleef ook zo de dagen voordien.

Het marathonweekend is hier ten huize ook een fijne sociale gebeurtenis. We hadden Mias en Fleur op bezoek. Mias voor de loop- en Fleur voor de skatewedstrijd. Die hadden dan weer de mensen achter de Story, jawel de Story, je hoort het goed, als supporters meegebracht, zodat het bij de pastaparty niet alleen ging over de mooie prestatie van Fleur die zaterdag of over de plannen voor de wedstrijd de dag erop, maar ook en vooral over de geheime affaires van allerlei BV’s. Dat ik de helft van die BV’s na drie jaar Berlijn niet eens ken, kon de pret nauwelijks drukken. Dat betekende ook iets te laat in bed, maar wel een goede nachtrust, wat niet altijd het geval is voor een wedstrijd.

De volgende ochtend kwamen de rituelen van het jaar voordien terug. We namen dezelfde trein naar de startplaats als in 2011 met Julie en Maarten en ik sprak ook meteen met Mias af om elkaar op dezelfde afspraakplaats als vorig jaar met Julie terug te zien. Verse kleren voor achteraf mooi afgegeven en meteen al naar het startblok. Ik vind het vreselijk om mij in startblokken nerveus te laten maken door de anderen, dus ik was daar mooi om 8.59. Een mens krijgt enige ervaring zo bij zijn zesde marathon.

40 000 lopers

En vanaf dat startschot was het ontzettend kicken, ik had de hele eerste kilometer kippenvel. Het publiek was geweldig en ik was gewoon erg blij dat ik er weer bij was. Die eerste kilometers zag ik op mijn Polar dat ik in een 4:20-4:25 min/km-tempo onderweg was. Ik had al zo’n vermoeden, maar pas bij kilometer 10 had ik echt goed door dat die kalibratie van dat toestel toch niet 100 % was toen ik 42:34 (dus zowat een 4:15-gemiddelde) zag staan. Misschien toch maar eens een Garmin kopen?

En wat doet een mens dan? Vertragen? Maar neen. De sfeer was zo bijzonder en mijn persoonlijke fans zo geweldig dat ik dat tempo gewoon aanhield. Tot de halve marathon liep ik op wolkjes: 1:30:20. Heel even dacht ik toen nog: als ik die tweede helft nu nog iets sneller loop dan de eerste helft dan loop ik vandaag gewoon onder 3 uur. Heel heel even maar.

Vanaf kilometer 23 viel het stil. Mijn heup en mijn achillespees deden pijn en de droom van een geweldige tijd ging aan diggelen. En toen opeens nam de wiskundemodus het van me over: “Als ik tot nu toe al zo snel onderweg was, kan ik eigenlijk een 4:45-tempo lopen en nog onder de 3:10 blijven.” Die gedachte hielp me vele kilometers vooruit. Na een onverstandige (maar toegegeven: zeer plezante) race tot nu toe, werd ik verstandiger en liep ik iets trager dan ik nog kon om het tot het einde uit te kunnen houden. Dat de supporters er aan kilometer 31 nog eens waren, hielp me dan weer tot kilometer 34 verder. Ik moest nog even doorbijten en pijn verbijten om dan aan kilometer 37 zeker te weten: Ik haal het. En dan is het weer even veel genieten als in het begin, ook al doet nu zowat alles pijn. Dat ik dan weet wat er allemaal nog komt, kan de pret niet drukken, integendeel: voorpret is de mooiste pret: Potsdamer Platz en dan de lus naar de Brandenburgse poort, waar duizenden mensen je toejuichen als je ‘Unter den Linden’ opdraait. Energie voor een eindsprint zat er niet in, maar ik genoot met volle teugen van mijn finish.

Mias en Mathias

 

3:09:00. Doel gehaald en 7 minuten en 23 seconden sneller dan het vorige record. Ik durf het niet luidop te schrijven, maar ik heb zo al een doel voor de marathon van Berlijn volgend jaar in mijn hoofd. Mias deed het ook goed met een tijd van 3:52 en we konden meteen samen met onze supporters ten volle van een van de vele voordelen van Berlijn genieten: een heerlijke brunch tot laat in de namiddag.

Na de wedstrijd is ook altijd voor de wedstrijd. Morgen vertrekken we op vakantie naar Venetië en de Dolomieten. In het laatste weekend van onze vakantie loop ik er de 40 mijl in de bergen. Enkele vriendjes lopen er 100 mijl, maar dat vind ik erover. Voorlopig. Ik breng bij terugkomst graag verslag uit.

Geef een reactie