Voor… en na. Daarom dus!

Waarom ben jij eigenlijk beginnen lopen?“. Een vraag die me niet zelden gesteld wordt, meestal door mensen die écht niet snappen waarom ik zoveel moeite doe om na x aantal uren training exact te eindigen op de plaats waar ik eerder die dag begon, zij het dan wel bezweet en stinkend. Heel vaak, omdat ik geen zin heb om hierover uitgebreid te vertellen, mompel ik een zin die de woorden “conditie” en / of “gezondheid” bevat, eventueel aangevuld met “goed gevoel”, en daarmee zijn de meeste vraagstellers dan wel content.

Vandaag zal ik jullie eens vertellen waarom ik écht ben beginnen lopen. De combinatie van “conditie” en gezondheid” neigt in de verte wel naar de waarheid, maar blijft er tegelijkertijd op heel veilige afstand vanaf. Wie me nog niet zo lang kent zal nu waarschijnlijk eventjes serieus verschieten, maar het is een verhaal met een happy ending, en als we Disney mogen geloven liggen happy endings goed in de markt, dus voilà. Lees maar lekker door.

‘t Is eigenlijk belachelijk simpel. Ik was dik. Niet volslank. Niet mollig. Nee, écht dik. Het soort dik dat mensen omkijken als ze je op straat zien passeren. Het soort dik waarbij je in gewone kledingzaken geen deftige kleding meer vindt waardoor elke shoppingsessie gegarandeerd eindigt in een gigantische teleurstelling in de kleedkamers. Het soort dik waardoor je door een groot aantal klasgenoten scheef bekeken wordt en er nooit écht bijhoort (maar ze je meestal wél kennen als er huiswerk dient overgeschreven te worden – da’s dan weer een heel ander verhaal). Het soort dik waardoor je je tienerjaren meer in een sociaal isolement doorbrengt en je vertier zoekt – en vindt – in puzzels, muziek spelen, boeken lezen en allerlei zaken die geen sociaal contact vereisen. Kortom – het soort dik dat je enorm eenzaam en ongelukkig maakt.

Geloven jullie me niet? Ik kan het jullie niet kwalijk nemen. Daarom dit fotografisch bewijs: Julie VOOR dat ze begon te lopen.

Julie voor dat ze begon te lopen. Max. gewicht: 99,5 kg!

Hoe dat zo kwam? Tja, het zit een stukje in de familie, de meeste vrouwen langs de Mestdagh kant zijn “gezegend” met genen die hen beletten ooit een ranke den te worden. Maar het alleen daarop steken zou verkeerd zijn. Ik was ook een echte zoetebek, spendeerde m’n zakgeld gegarandeerd in de snoepwinkel en vermeed elke vorm van fysieke activiteit. ‘t Is niet dat m’n ouders niet probeerden me aan te zetten tot gezond eten. Heel vaak toverde m’n mama fantastisch gezonde schotels op tafel… en at ik nadien stiekem een zak chips in m’n bed. Bovendien had m’n mama toen een vriend die ik niet zo heel graag mocht en die me met allerlei lekkers en zoetigheden probeerde te paaien. Over de omvang van zijn buik zal ik het niet hebben, al was die navenant. Al heel snel kom je in een vicieuze cirkel terecht, waarbij je ongelukkig bent door je gewicht en je nog een extra stukje chocolade eet omdat je ongelukkig bent, waardoor je weer verdikt enz… Een straatje zonder eind, zo lijkt het wel.

‘t Was uiteindelijk pas op het einde van m’n universitaire studies, toen ik een jaar of 22 was, dat ik voor mezelf de klik heb gemaakt. Toen de weegschaal plots 99,5 kg aanduidde vond ik het wel welletjes geweest. Die grens van de 100kg vond ik erover en wilde ik écht niet bereiken. Plots vond ik dat het zo niet verder kon. Dat ik toch iets aan mijn conditie en gezondheid moest doen. Plots wilde ik wél al die leuke kleren in de winkels  kunnen aandoen en kopen zonder er belachelijk uit te zien. En plots wilde ik er wél bijhoren.

En dus heb ik m’n leven helemaal omgedraaid. Ik begon gezond en evenwichtig te eten, veel fruit en groenten, en liet snoep en chocolade voor wat ze waren. Frisdrank werd vervangen door water en m’n zakgeld werd besteed aan boeken en leuke dingen in plaats van snickers, koffiekoeken en zakken chips. Geen diëtisten, dure diëten met speciale repen of punten tellen bij de Weight Watchers. Gewoon gezond eten en gezond verstand gebruiken. Traag maar zeker verdwenen de kilootjes als sneeuw voor de zon.

Tegelijkertijd schreef ik me in in een fitness en begon ik zachtjes te sporten. Wat op de fiets, wat op de loopband. Ik volgde soms enkele groepslessen en toen we in Brussel woonden volgde ik ook deze Zweedse aerobics Friskis & Svettis, superleuk om doen. Toen m’n gewicht al een beetje gezakt was ben ik ook beginnen lopen. Eerst 400m in het park. Met m’n tong tot op m’n tenen. Dan 1km… dan 2km…. de kilootjes aan m’n lijf evolueerden omgekeerd evenredig met de kilometers die ik liep. En dit tot ik het gewenste resultaat bereikte:

Julie anno 2012 – +/- 62-63 kg

 

En nu?  Waarom loop ik nu? Nu loop ik voor het plezier. Omdat ik er me goed bij voel en het ontzettend graag doe. Omdat ik het nodig heb, om te ontstressen na een drukke werkdag en m’n hoofd leeg te maken. En ja, om dat stukje chocolade of dat koekje te kunnen blijven eten zonder terug te keren naar de dikke ik die ik ooit was.  Ik zou het lopen en het sporten in het algemeen echt niet kunnen missen.  Lopen heeft dus écht m’n leven veranderd. In goede zin.

En jij…. waarom ben jij beginnen lopen?

Geef een reactie