Winnen versus overwinnen

Het zal je zeker en vast al overkomen zijn: ben je enthousiast aan het vertellen over je volgende marathon, vraagt de luisteraar in kwestie hoe lang die dan wel is…. Met rollende ogen antwoord je “42,2 km”. Geheel spontaan en uit ervaring voeg je er al maar meteen aan toe “en ja, die van Londen, Berlijn en New York zijn allemaal even lang”. Hoe vaak heb je al niet moeten uitleggen wat het nut van gaan lopen is, als je uiteindelijk, na een uur (of twee, of drie) training, doodmoe en bezweet terug staat op de exacte plaats waar het allemaal begon. Klinkt bekend? Tuurlijk wel, het zijn zo van die kleine zaken, van die onschuldige lijkende vragen waarmee je een loper behoorlijk op zijn paard kan krijgen. Of nog: how to annoy runners :-) .

Een klassieker in deze categorie is de vraag die steevast volgt enkele uren of dagen na de marathon: “en…. heb je gewonnen?” Het antwoord, zijnde uiteraard “nee” (mijn naam is nog altijd Julie Mestdagh, niet Paula Radcliffe en ik ben nog altijd Belg, niet Keniaanse) slaat de tegenpartij dan meestal met verstomming. Dit vooral omdat je dat zonder schaamte en zelfs met enig enthousiasme openlijk durft toegeven, wat bij de ander tot nog meer verwarring leidt. Pas dan besef je zelf dat het je, bij het lopen van de marathon, niet om winnen te doen is. Dat het zelfs nooit om winnen te doen geweest is. Dat je bij de start een hele waaier aan doelen voor ogen kan hebben (uitlopen, een beetje sneller dan de vorige keer, niet moeten wandelen…) , maar dat winnen daar niet één van is.

Natuurlijk schuilt er in elk van ons een competitiebeestje en maakt ons hart een sprongetje als we vlak voor de eindmeet nog net die éne loper kunnen inhalen. En toegegeven, de 3 keren dat ik al op een podium mocht staan, staan onuitwisbaar in m’n geheugen gegrift. Al kwam dat bij de marathon van Asuncion zodanig onverwacht dat ik na de race onmiddellijk naar huis vertrok en de ceremonie miste en zo pas dagen later m’n beker kreeg. Tss… een mens wint dan eens ;-) . Maar toch, hoe je het draait of keert, zijn we er ons bij de start van de marathon heel erg van bewust dat we niét gaan winnen. Het is zelfs niet aan de orde.

1e plaats in mijn leeftijdscategorie in de marathon van Asuncion 2010

Waarom dan meedoen aan een wedstrijd? Waarom al die moeite doen en je een viertal uren in het zweet werken als je weet dat je toch niet kan winnen. Dat je na al dat bloed, zweet en tranen uiteindelijk “maar” op de 37e pagina van de uitslagen zal belanden? Awel, dat is heel simpel, volgens mij. Dat is het grote verschil tussen winnen en overwinnen. Eén mens kan een marathon winnen, maar élke deelnemer die de finish haalt, of dat nu in 2u30 of in 5u is, kan én moet zichzelf onderweg overwinnen. Elke deelnemer moet zijn angsten overwinnen. Of zijn pijn overwinnen. Zijn grenzen verleggen op één of andere manier.  Zoals ik al eerder schreef heeft marathonlopen iets magisch, en in dat opzicht vind ik elke finisher sowieso een winnaar!

Dus beste lopers… als ons de volgende keer gevraagd wordt of we gewonnen hebben, misschien antwoorden we dan beter gewoon “ja”. Doen! 

Geef een reactie