Halen scholen de “fun” uit de sport?

Een tijdje geleden las ik bij een collega blogger een heel interessante blogpost. Verteld werd het verhaal van een school die een sponsorloop organiseerde voor leerlingen van het vijfde middelbaar om centjes te verzamelen voor een goed doel. Nu moesten die leerlingen, ik vermoed van een jaar of 16-17, rondjes lopen van 1800 meter. Zoveel als ze wilden, maar minimaal 5. Een rekensommetje leert dat ze dus minstens 9 km moesten lopen. En dat bleek dus een probleem. Het initiatief kon niet op het verwachte enthousiasme rekenen en blijkbaar waren wel opvallend veel leerlingen “ziek” die dag.

Vervolgens stelde de collega-blogger in kwestie de vraag of je van jongeren kan verwachten dat ze zomaar, plots en ineens, 9 km kunnen lopen, zonder dit deftig te hebben opgebouwd. En of je op zo’n manier jongeren niet net ontmoedigt om te sporten in plaats van aanmoedigt. Of met andere woorden…. halen scholen de “fun” uit de sport?

Mijn antwoord – uit eigen ervaring – is een volmondige “ja”. Daar moet ik geen twee minuten… pardon, geen twee seconden over nadenken. Nu zal het jullie wel duidelijk zijn dat ik, met mijn 99kg van destijds, niet bepaald uitblonk in de les lichamelijke opvoeding en dat ik dus misschien niet zo’n goed voorbeeld ben inzake “fun”beleving van sport op dat moment. Dat ik dus enigzins bevooroordeeld ben als het over dit onderwerp gaat.  Dat is het enige wat in het voordeel van mijn lerares van toen speelt. De rest…

De rol van de leerkracht

Kijk, je kan als leraar/ lerares LO verschillende dingen doen. Je kan door je eigen enthousiasme en inzet onsportieve en / of zwaarlijvige leerlingen in je klas proberen de smaak van het sporten te pakken te doen krijgen. Je kan hen beetje bij beetje, door kleine overwinningen, laten voelen dat ze toch iets kunnen of dat sporten best wel leuk kan zijn en niet noodzakelijk altijd competitief met klasgenootjes, waardoor ze spontaan zin hebben in meer. Of ….

Je kan de leerling in kwestie viseren, treiteren tot het uiterste en de zwakheden uitstallen en tentoonstellen voor heel de klas. Je kan net dié leerling altijd kiezen om als eerste over de bok te springen (wat dus niet lukt). Of je kan, zoals ze met mij gedaan hebben, die leerling altijd nét 49,5% geven op het rapport. Dat werkt echt stimulerend weet je. Zo gebuisd zijn met 0,5 %. Niet dus! De leerling in kwestie weet best wel dat ie geen hoogvlieger is in het sporten, maar moet je het er op die manier nog eens dubbel en dik opleggen? Ofwel buis je goed (30% of zo – dat is tenminste was de leerkracht chemie deed, dat was pas gesproken. Tussen ons gezegd en gezwegen, ‘t was nog 25% teveel. Ik heb nooit veel gesnapt van die elektronendingen), ofwel buis je net helemaal niet, een beetje als aanmoedigingspremie.

Je kan je als leerkracht LO altijd langs de zijkant stellen toekijken, autoritair en luid bevelen uitdelend maar zelf geen poot uitstekend. Niets zo hatelijk dan een leerkracht die je aan de zijkant staat af te blaffen dat je harder moet lopen terwijl ze zelf geen teen verzet en op het einde van de les geen druppel zweet heeft gelaten. Of …. je kan meedoen met je leerlingen en hen op deze manier tonen hoe leuk sport kan zijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken dat het eerste weinig jongeren zal aanzetten tot fysieke inspanningen, het tweede daarentegen…. Helaas opteerden de meeste leerkrachten in mijn school voor het eerste. Met alle gevolgen vandien.

Een anecdote

Ik hoor jullie nu al denken “Julie, zo erg is het toch allemaal niet, is dat niet een tikkeltje overdreven?”.  Misschien. Misschien niet. Laat ik even een anecdote met jullie delen. We spreken nog steeds van het tijdperk waarin mijn lichaam omvangrijke proporties aannam en ik wel bijzonder creatief was in het vinden van excuses om niet mee te hoeven doen in de les LO.

Op een gegeven moment moeten we een coopertest doen (12 minuten lopen) op het grasplein achter de school. Dat we, de weken ervoor, amper hadden gelopen in de les, vormt meteen een goed voorbeeld van de situatie verhaald door mijn collega blogger. Helemaal vanuit het niets moesten we plots 12 minuten lopen. Oké, nu is dat misschien mijn opwarming, maar toen… was dat GIGANTISCH veel. En lastig, met telkens bijna 100kg die op m’n knieën terecht kwam. Maar goed, 12 minuten lopen dus. Geen bomen om ons achter te verstoppen, geen briefje van thuis, geen maandstonden, geen verloren turnzak, geen jeukende teennagel…. het zag ernaar uit dat ik het hele ding ging moeten lopen.

Nu had het die dag net ontzettend hard geregend en lag het grasplein dus behoorlijk nat. Met zoveel mogelijk goede moed als ik had kunnen samenrapen (niet veel, maar goed, elk beetje telde), begon ik aan de huzarentocht. Nog geen drie minuten ver ging ik iets te snel (woehahaha) door de bocht en … gleed uit. Met een harde bons belandde ik op de grond. Mijn voet zei “krak”. Ik gilde het uit van de pijn, tranen liepen over m’n wangen. Een klasgenootje stopte met lopen en boog zich bezorgd over me heen. En de lerares? Wat deed zij? Ze liet me liggen, zei tegen het klasgenootje dat ze “net als Julie een “nul” zou hebben als ze niet verder liep” en beweerde me niet te geloven. Het klasgenootje stopte toch met lopen, hielp me mee naar het secretariaat te gaan, waar we zélf m’n mama belden, die zélf met mij naar het ziekenhuis ging. Geloof me, hoeveel pijn ik ook had toen, het ongelofelijk DOMME GEZICHT dat de lerares trok toen ze me de volgende dag op krukken en in het gips zag toekomen… is een moment dat ik nooit zal vergeten!  Zij heeft voor mij écht de fun uit het sporten gehaald. En ze moest eens weten dat ik nu marathons (en beyond) loop. Wedden dat ze het niet kan? Gniffel gniffel.

De druk om te presteren

Het probleem met de lessen LO op school is denk ik ook dat in de eindtermen een veelheid aan sporten vermeld staat die moeten behandeld worden tijdens een schooljaar. Dat maakt dat je per sport misschien 2 of 3 weken kan bezig zijn, waarna meteen een test volgt waarop je moét presteren. Véél te weinig om de sport te leren appreciëren of om er de conditie voor te kweken. Als je weet dat de gemiddelde Belg er makkelijk 1O weken over doet om van 0 naar 5km te gaan bij start to run, hoe kan je dan van studenten verwachten dat ze plots 9km gaan lopen? En dan maar verbaasd zijn als ze niet enthousiast zijn…  Alles is dan ook meteen zo prestatiegericht dat het “fun” gedeelte van de sport volledig verdwijnt. De les LO wordt dan al snel een wedstrijdje met je klasgenootjes. Leuk als je sportief bent. De hel als je het niet bent. En je zal het er dan ook niet door worden! Je zou als jongere voor minder achter je playstation gaan zitten, zou een advocaat van de duivel kunnen zeggen….

Conclusie

Dus mijn antwoord: ja, scholen halen de “fun” uit sport. Voor de sportieve leerlingen is de les LO geen enkele meerwaarde en voor de minder sportieven betekent het één of twee uur pure vernedering en terreur. Althans zo heb ik het ervaren.  Laat jongeren sport eens echt “beleven” en geef hen de tijd om de sport te ontdekken, zonder dat daar meteen na 2 weken een “toets” op volgt waar ze x of y of z moeten kunnen, zonder dat meteen van competitie sprake is en waarbij ook aandacht is voor een kleine vooruitgang…. Je zal het enthousiasme eens zien groeien!

En jullie? Wat denken jullie?

Geef een reactie