10 manieren om je blog leven in te blazen – the sequel

Enige tijd geleden postte ik een berichtje met 10 tips om je blog leven in te blazen, om bezoekers aan te trekken, te zorgen dat ze steeds terugkomen naar je blog en liefst ook nog reacties nalaten op je blogposts of een linkje tweeten of op facebook zetten. Tips om je blog in tijden van hevige concurrentie met sociale media toch de aandacht te laten krijgen die hij verdient. Dat deze post niet in dovemansoren is gevallen, blijkt duidelijk uit mijn statistiekjes. Hoewel het één van de meer recente blog-posts is, staat hij wel al in de top 10 van alle posts sinds de blog online is. Blijkbaar is er wel degelijk vraag naar dit soort informatie en ik moet ook toegeven dat het toepassen van m’n eigen tips me geen windeieren heeft gelegd.

Never change a winning team. Als iets werkt, moet je zeker op de ingeslane weg verder gaan. Onder dat motto brei ik in deze blogpost een vervolg op de 10 eerdere tips. Deze hadden namelijk vooral betrekking op het aantrekken van bezoekers, het bekend maken van je blog, het zorgen voor interactiviteit enz. Er stond wel vermeld dat je best frequent post, en zorgt voor variatie en interessante topics, maar de tips vermeldden eigenlijk niets over…. het schrijven zelf. En nu mag je nog zo’n subliem onderwerp hebben om over te schrijven en sprekende foto’s om je stukje op te vrolijken, als je stukje niet goed is geschreven dan haken de lezers af. Geef gruwelijke dt-fouten of een onlogische opbouw geen kans met deze blogschrijftips :

  1. Nalezen voor publicatie. Het is zo verstaanbaar om, puur uit enthousiasme, nadat je minuten of zelfs uren aan een blogpost hebt gewerkt, zinnen in elkaar hebt gestoken, gezocht hebt naar de woorden die het meest accuraat benaderen wat je wil zeggen, heel snel op de “publiceren”knop te duwen en je pennenvruchten de wereld in de sturen. Verleidelijk. Vertstaanbaar. Maar misschien niet zo verstandig. Lees je stukje nog eens na. Heeft het een logische opbouw (zie verder)? Is je standpunt duidelijk? Staan er geen schrijffouten meer in? Pas als je ‘ja’ kan antwoorden op al deze vragen kan je publiceren. Niets zo jammer dan een venijnige dt-fout die je blogpost ontsiert!
  2. Kies je onderwerp zorgvuldig. Toegegeven, het is niet altijd even gemakkelijk om een origineel topic te bedenken voor je blog. Zeker met een blog als deze bijvoorbeeld, met lopen als thema, vraagt het soms enige inventiviteit om een nieuwe invalshoek te vinden voor het eeuwige rondje Watersportbaan. En toch, het is belangrijk. Kies een topic dat je lezers kan boeien. Stel jezelf de vraag of je dit zelf interesseert. En of het andere mensen zou kunnen interesseren. Wat is er precies zo bijzonder aan je bericht? Wat is de meerwaarde? Als je zorgt voor kwaliteit en inhoud, komen de lezers vanzelf.
  3. Zorg voor een logische structuur en opbouw van je post. Eens je onderwerp gekozen zou je al eens in je enthousiasme als een razende kunnen beginnen schrijven, daarbij het overzicht verliezend. Menselijk. Normaal. Maar voor lezers kan zo’n stukje dan heel chaotisch overkomen waardoor ze ergens middenin afhaken. Zorg daarom voor een logische structuur. Geef in de inleiding aan waarover je het wil hebben. Zorg vervolgens voor duidelijke paragrafen waarin de verschillende argumenten of verhaallijnen aan bod komen. Rond af met een besluit waardoor het onderwerp duidelijk is afgehandeld. Zorg dus voor paragrafen en werk eventueel met tussentiteltjes. Deze zijn niet enkel handig om de structuur aan te geven, maar kunnen ook als “teaser” werken om de lezer aan te zetten om verder te lezen.
  4. Met betrekking tot de structuur wordt wel eens gezegd: “begin met een stomp in de maag

    krulstaart!

    en eindig met een krul in de staart“. Vang je blogpost aan met een grappige anecdote, een feit, een stelling die de lezer intrigeert, aanspreekt of bij de keel grijpt. Maak vervolgens in verschillende punten of argumenten je verhaal, om met een kwinkslag, een onverwachte wending te eindigen. Een “call for action” doet het ook altijd goed, omdat je zo lezers aanzet om iets te doen (te reageren) en heb bij het blogproces betrekt.

  5. Gebruik begrijpbare taal. Hoe moeilijk het ook mag zijn voor de filologen onder ons, toch is je blog niet de ideale plek om je uitgebreide woordenschat fijntjes uit de doeken te doen. Gebruik in je blogpost alledaagse taal en eenvoudige, begrijpbare woorden. Hoewel iedereen ongetwijfeld onder de indruk zal zijn als je “ornitoloog” gebruikt; je zal veel meer lezers meehebben in je verhaal als je het over een vogelliefhebber hebt. Ja toch? Korte, begrijpbare woorden en een duidelijke, alledaagse taal. Dat is de boodschap! Vermijd dus stadshuistaal en oubollige, archaïsche uitdrukkingen, ze passen helemaal niet bij het dynamische karakter van een weblog.
  6. Be positive: je lezers komen vrijwillig op je blog om te lezen wat je te vertellen hebt. Soms zijn dat leuke zaken, soms ook iets minder leuke zaken. Dat is prima. Zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. Toch is het ook aangeraden om ook de minder leuke gebeurtenissen op een positieve manier te verhalen. Niemand heeft zin om in zijn vrije tijd geheel vrijwillig een kwartier door te brengen met het lezen van een heleboel negatieve woorden. Daar word je nu eenmaal niet vrolijk van. Geef het gebeurde zo’n draai dat, hoe vervelend of triestig ook, het toch op een positieve manier kan worden gelezen.  Bijvoorbeeld: toen ik ivm de ecotrail van Brussel vertelde over de boze chauffeurs in de file, had ik kunnen schrijven dat ze boos waren. Ik schreef echter dat ze “not amused” waren, waarbij het woord “amused” een positieve bijklank heeft. De zin klinkt meteen anders, toch?
  7. Gbrk gn fkrtngn aub.  Afkortingen en acroniemen maken ons het leven makkelijk en laten ons toe veel sneller en korter neer te pennen wat we eigenlijk willen zeggen. Maar ben je wel zeker dat iedereen weet wat je met zo’n acroniem of afkorting bedoelt? Er af en toe eens eentje tussen laten glippen kan natuurlijk absoluut geen kwaad, maar waak erover dat je blogpost niet meer wegheeft van een puzzel die je moet ontcijferen dan van een tekst, want anders gaan je lezers lopen.
  8. Gebruik een actieve schrijfstijl. Daarmee bedoel ik:  maak zoveel mogelijk gebruik van actieve in plaats van passieve zinsconstructies. Dergelijke zinnen duiden immers op actie en zetten veel meer aan tot verder lezen. Wat lees je nu zelf het liefst: “de wedstrijd wordt gelopen door Julie” (passief) of “Julie loopt een wedstrijd”. I rest my case.
  9. Gebruik korte zinnen. Dit is voor een taalfreak als mezelf best een moeilijke. Zelf ben ik geneigd om wat ik wil vertellen te vertellen in zoveel mogelijk woorden en met zoveel mogelijk adjectieven zodat de boodschap goed overkomt. Een weblogpagina is echter geen literaire roman. Het is een stukje tekst, geschreven voor een publiek van elektronische lezers. Van vluchtige lezers dus.  Ellenlange zinnen met 37 bijzinnen, komma’s en leestekens zijn op het scherm moeilijk te verteren en beletten dus het verder lezen van je blogpost. Jammer.
  10. Show, don’t tell. Je kan in een blogpost expliciet vermelden hoe zwaar het parcours van die ene wedstrijd was. Of je kan beschrijven hoe je over kasseien moest lopen, hoe de regen het pad in een modderpoel had veranderd of hoe door de regen je voeten nat waren van in de plassen te lopen. De boodschap is uiteindelijk dezelfde, maar de lezer kan zich veel beter voorstellen waar het over gaat.  Laat je lezers dus mee beleven.

Voila, dat waren ze. Schrijven maar! Veel plezier ermee.

Geef een reactie