Quantified self

Maarten, mijn man, is ingenieur. Hij doet iets met computers. Ik wou dat ik er meer over kon vertellen; helaas is mijn kennis van informatica al even ontwikkeld als mijn kennis van het voedingspatroon van de subtropische mier, dus laten we het houden op “mijn man doet iets met computers”. Dat levert ‘s avonds aan tafel best grappige situaties op wanneer ik hem vraag hoe zijn dag is geweest en wat hij heeft gedaan. Dan word ik getrakteerd op een woordenwaterval die bestaat uit “virtual walls”, “IPV6″, “servers”, “testbeds (of waren het testbuds?)” en zo meer. Na nog geen minuut kan ik het verhaal al lang niet meer volgen en zijn de testbedden waar ik aan denk hoogst waarschijnlijk niet diegene waar hij mee werkt (of dat mag ik toch hopen!). De enige vraag die ik eruit weet te persen – om toch enige interesse te tonen – is : “bestaat er dan ook een IPV5″? Niet eens zo’n domme vraag, denk ik dan, mezelf feliciterend. Het antwoord, zijnde “nee… of toch… maar dat is op de tekentafel gebleven…” klinkt voor mij dan ook weer even Chinees als al de rest. Ondanks al mijn moeite om oprecht geboeid te lijken, eindigt de conversatie meestal na 5 minuten met “je hebt écht geen flauw idee waar ik het over heb hé”, waarop ik op m’n allerliefste toontje zeg “nee, maar als jij er gelukkig mee bent is het goed” ;-) . Dat heb je dan, als je getrouwd bent met een ingenieur.

Nu, het heeft ook z’n voordelen, je trouwboek delen met een computer-freak. Zo is manlief geabonneerd op een computertijdschrift – C’T magazine - dat maandelijks op onze deurmat belandt. En meestal diezelfde dag nog in het kleinste kamertje van het huis, waar het boekje in kwestie blijkbaar bij voorkeur wordt gelezen. Daar stel ik mij liever geen vragen bij. Maar goed, ook ik bezoek wel eens het kleine kamertje, en zo gebeurt het dat ik wel eens door dat boekje blader. En wat kwam ik in de laatste editie tegen? Een artikel getiteld “quantified self” (QS), een soort “jezelf in cijfers” als je wil. Ha! Nu wordt het voor een cijfermatige economist als mezelf wél interessant. En dus lees je verder…

Het artikel beschrijft het fenomeen dat steeds meer mensen allerlei mogelijke gegevens over hun gezondheid en / of sportieve leven verzamelen, dat alle mogelijke statistieken worden bijgehouden over gezette stappen en bijhorend calorieverbruik en  lichaamsgewicht tot het aantal uren slaap toe. Om over het aantal keren seks per week maar te zwijgen. Al deze cijfertjes worden netjes geregistreerd en opgeslagen, waarmee de “quantified self” een massafenomeen aan het worden is en er gezamenlijk aan “lifelogging” wordt gedaan. Dankzij een heleboel technische snufjes, kunnen voeding, humeur of bewegingsdata via een eenvoudige app zomaar worden bijgehouden. Er zouden zowaar QS-meetings worden georganiseerd, waarbij cijferfetisjisten samenkomen in iets wat verdacht veel weg heeft van een mathematisch massa-orgie. De doelstellingen liggen hierbij uiteen. De een wil gewoon zijn prestaties verbeteren, andere willen bijvoorbeeld het verband onderzoeken tussen koffiegebruik en lichaamstemperatuur. Wat er ook van zij, er is dus een hele groep mensen die dankzij een heleboel “apps” en technologieën alle mogelijke cijfertjes over zichzelf gaan bijhouden. Ik spaar jullie de technische details van het artikel, het gaat ook allemaal behoorlijk ver wat wordt beschreven. Maar toch… al die cijfertjes….

Hmmm… klinkt bekend?

Als cijferfreak kan ik niet ontkennen veel met cijfers bezig te zijn. Beroepsmatig, maar minstens even veel geheel vrijwillig in mijn vrije tijd. Zelf ben ik na een training soms bijna even lang bezig met alle cijfertjes opladen en statistiekjes bestuderen dan met het lopen zelf. En met plezier. Eerst wordt alles opgeladen in Sporttracks, waar ik dankzij de Garminsatellieten leuke foto’s krijg van het parcours en grafiekjes van de gelopen afstand en bijhorende snelheid. Daarnaast hou ik nog eens alles bij in een excelbestandje, want mijn spinning- en zwemtrainingen moeten ook opgeteld worden natuurlijk, en dat doe ik niet in Sporttracks. Maar daar stopt het dan wel. Zo ver gaan als calorieverbruik of uren slaap gaan registreren (néé, over het aantal keren seks gaan we het niét hebben), dat doe ik niet. Er zijn grenzen aan narcisisme, lijkt me :-) Maar geef toch toe, zo’n cijfermatig overzicht van je activiteiten is best wel leuk en laat ook toe te vergelijken met prestaties in dezelfde periode vorig jaar of om te kijken of je vorderingen maakt.

Logboek :-) Cijfertjes, cijfertjes, cijfertjes

Uren per sport per maand

En hoe zit het met jullie? Zijn er onder jullie even grote cijfertjesfreaks als mezelf? Houden jullie ook alles nauwgezet bij in een excelbestandje of met andere software? En houden jullie het daarbij of kicken jullie ook zo op van die grafiekjes over vanalles en nog wat? Ik ben benieuwd!

Geef een reactie