Magredi Mountain Trail -12 tot 14 oktober 2012

Vorig weekend heb ik de meest bijzondere wedstrijd uit mijn, toegegeven nog niet zeer lange, loopcarrière meegemaakt. In de Dolomieten in het Noorden van Italië werd de Magredi Mountain Trail (MMT) georganiseerd. Magredi is de streek waar de wedstrijd plaatsvindt, een deel van Pordenone. Mountain is een berg (nee, echt?). En trail is de verzamelnaam voor zowat alle wegen die geen piste of verharde weg zijn.

“Hoe kom je in godsnaam daar terecht?” hoor ik je vragen. Wel, de hoofdwedstrijd van de MMT is een “100 mijl”-wedstrijd en een partnerloop van de Berlijnse 100 mijl die mijn loopclub telkens in augustus organiseert. Maar daarover vertel ik graag meer in een volgende blogpost. Veel loopvriendjes hebben zich dus ingeschreven en aangezien de wedstrijd mooi op het einde van de herfstvakantie van de kinderen viel, hebben we er meteen 2 familieweken Italië van gemaakt. Gelukkig werd er in het Magrediweekend ook een “40 mijl”-wedstrijd georganiseerd, want 100 mijl is niet alleen in de bergen te hoog gegrepen voor mij.

Venetië – familievakantie

We kwamen na tien dagen heerlijke vakantie in Padua, Venetië en een ander deel van de Dolomieten vrijdagnamiddag al aan in ons hotel in Vivaro aan en gingen meteen naar de start om onze vrienden die startten op de 100 mijl aan te moedigen. Ze vertrokken om 18 uur en onze snelste lopers Oliver en Michael gingen ervan uit dat we hen een 30-tal uur later terug zouden zien. Gek? Jawel, dat vind ik ook. En het zou nog gekker worden.

Achteraan beginnen en de tijd nemen om foto’s te maken. Hier vriendin Anett

Wat waren Anett, Ralf en ikzelf, die pas de volgende ochtend zouden starten, mietjes. Een hele nacht rust en dan maar 65 km afhaspelen. En toch… Ik had in oktober nog maar 8 km in de benen. De heup die me tijdens de marathon van Berlijn parten speelde, was blijven opspelen en ik vond dat rust beter was dan training. Het vervelende was enkel dat ik voor de biljartvlakke marathon van Berlijn ook geen enkele hoogtemeter had getraind en dus wel zeer onvoorbereid aan de start kwam.

Misschien net daarom dat ik aan de start de volgende ochtend om 8 uur zeer ontspannen was. Geen ambities en alleen het plan om te genieten van het lopen en van de omgeving. Hoewel ik op papier de snelste van ons vriendengroepje ben, hadden we afgesproken om toch zeker de eerste 30 km samen te lopen. We wisten namelijk niet wat ons te wachten stond en hoe de Italiaanse parcoursmarkeringen in de bergen zouden zijn. En de conclusie is dat ik dat maar eens meer moet doen. Het was eerst bevreemdend om de laatste 3 van de wedstrijd te zijn, maar al snel was het gewoon zeer aangenaam. Toen local Luca zich bij ons aansloot, kon ons niets meer gebeuren.

Na 10 km was het nog behoorlijk vlak

Het geweldige aan de Dolomieten is dat die opeens beginnen. We liepen erheen in een droge rivierbedding en dan na zo’n 12 km sta je voor een muur. Vanaf daar wisten we dat er 2500 m hoogteverschil op ons wachtten. Luca gaf het tempo aan en we merkten meteen dat hij dat gewoon was. De haarspeldbochten bleven komen, maar de weg was breed en effen. De eerste afdaling was lastig, maar viel eigenlijk ook wel mee. Net toen we dachten dat het met die trails wel nog meeviel, kwam het avontuur. Na het tweede bevoorradingspunt op km 20, vroeg ik of ik de weg naar links of naar rechts moest nemen. Rechtdoor was het antwoord. Rechtdoor was er geen weg. Ik dacht eerst nog even dat het een grapje was, maar ze meenden het doodserieus. Toen zag ik inderdaad op de berg voor ons de lintjes hangen die voordien de weg ook al hadden aangeduid. We moesten telkens naar het volgende lintje en dan zouden we de weg wel vinden. Opeens wist ik waarom die trailstokken die ik in mijn rugzak had, verplicht waren. Dit was gewoon een bergbeklimming.

En opeens is het niet meer vlak

Ik was net daarvoor aan het rekenen geslagen en had berekend dat we de klus met dit tempo wel in een uur of 7-8 zouden klaren. En nu hadden we voor de volgende 2 km opeens 40 minuten nodig. De uitzichten waren adembenemend en dat mag je gerust letterlijk nemen. Ik durfde een hele tijd niet naar rechts te kijken, want 1 verkeerde stap en je kon 50 m dalen in 1 seconde. Dit was ook een deel van de route voor de 100 mijl en we hebben er achteraf heel erg over gediscussieerd of het verantwoord is om zoiets in het parcours op te nemen. Een foto heb ik jammer genoeg niet. Dat was wel het laatste waaraan ik dacht op dat moment.

Ook nadien bleef het lastig, maar door de fantastische omgeving bleef het wel genieten: rotsen, bergweides, bergmeertjes, bossen, kleine pittoreske dorpjes enzoverder enzovoort. En net toen het fysiek moeilijk werd tussen km 35 en 40 stond onze supportersclub ons op te wachten. Ze waren strategisch opgesteld bij een bevoorradingspunt, zodat ik voor het eerst tijdens een wedstrijd eens een kwartiertje een praatje kon slaan aan de kant van de weg. Anett bleef een beetje achter en wou haar eigen tempo gaan lopen.

Rivierbedding. Dat doet pijn aan de voeten na 50 km

Bij km 47 na nog een lastige klim op een erg klein bospaadje voelde ik me weer helemaal top. Ralf merkte het en wou dat ik de laatste 20 km nog een tandje bij stak. Hijzelf zou meer op zijn gemak zijn als hij niet het gevoel had mij op te houden. Ik vond het eerst een gek idee, want het was wel fijn om samen te lopen, maar meter na meter voelde ik inderdaad hoe ons energieniveau verschilde en hoe hij eigenlijk niet veel meer had aan mijn gezelschap. Dus weg was ik. Als je dan bedenkt dat ik op die laatste 18 km uiteindelijk nog 50 minuten sneller was dan Ralf, is het duidelijk dat het geen gewone wedstrijd was. Ik wist dat de laatste 12 km tot de finish weer vlak waren, maar zo’n rivierbedding met grote stenen voel je aan het einde van een wedstrijd toch nog een stuk meer aan je voeten dan aan het begin. Het trage starten wierp wel nog zijn vruchten af. Op de laatste 10 km kon ik nog een tiental strompelaars inhalen. Ik kwam uiteindelijk na 9,5 uur zeer tevreden aan, zowat 3,5 uur na de fenomenale Britse winnaar.

’s Avonds werd er in afwachting van de “100 mijl”-finishers uitgebreid nagepraat, getafeld en stoom afgelaten in een plaatselijke pizzeria. Toen kregen we een telefoontje. Ze hadden de bergen en de trails wat onderschat en hadden nog 40 km voor zich, waarvoor ze dachten nog 10 u nodig te hebben. Het klinkt wat onwezenlijk voor lopers die een marathon in 3,5 uur kunnen lopen, maar na onze “40 mijl”-dag vonden we dat niet zo gek. Na een diepe slaap konden we de volgende ochtend onze helden aan de finish ontvangen en samen gaan ontbijten in het hotel. Ze zagen er na 38 uur lopen uit alsof ze net van een kleine ochtendjogging kwamen. Gek.

Vriendjes Oliver en Michael na 100 mijl

Geef een reactie