Vervelend bezoek

Lap. Het is zover. Ik heb bezoek. Héél vervelend bezoek. Ongevraagd bezoek. Bezoek dat vorige week al eens bij Maarten probeerde binnen te geraken, maar evenwel met minder succes dan bij mij (zucht, ik ben te braaf, ik wéét het). En nu zit ik er mee. Met dat rotbezoek. Met die gasten  die zich uitleven in mijn lijf en die mij entertainen in plaats van ik hen, zoals het eigenlijkt hoort als je bezoek hebt. Maar dit soort bezoek volgt de regels van de etikette en de beleefdheid niet. Nee, dit soort bezoek doet grandioos zijn goesting, of dat nu ook met jouw goesting overeenkomt of niet. Mijn bezoek? Beestjes :-(

Het begon zondagavond met een lichte kriebel in de keel. Een kriebel die zich tegen gisterenochtend ontpopt had tot ronduit flagrante keelpijn met bijhorende koorts. Gewapend met een leger strepsils en een nurofenneke trekken we toch naar het werk, waar evenwel al gauw blijkt dat ik er niet veel zinnigs kan verrichten. Tegen de middag gooi ik de handdoek in de ring en keer terug naar m’n warme bed, in de hoop er met een middag slapen vanaf te zijn. Tegen de late namiddag lijkt dat ook daadwerkelijk het geval. Het leger strepsils heeft alvast geholpen, de keelpijn is met de noorderzon verdwenen –  dat m’n maag er krampen van krijgt is een detail dat we even over het hoofd zien. Maandagavond vroeg naar bed met een dafalganneke en vandaag zou dat allemaal wel over zijn, toch?

Mis poes. Dat is buiten deze beestjes gerekend. Ze snappen duidelijk geen hints dat ze niet welkom zijn, dat ze het misschien beter eens bij onze buren zouden proberen. Nee, deze vieze beestjes blijven feesten in mijn lijf. Aangezien de keel niet zo’n plezante speeltuin meer blijkt te zijn hebben ze vannacht hun actieterrein verlegd: mijn neus. Hij loopt. Zo snel dat zelfs een loper als mezelf die niet kan inhalen. Ik blijf maar snuiten en snuiten, het houdt niet op. Straks ben ik helemaal leeg gesnoten. Zou dat kunnen? En ondanks al dat snuiten blijft m’n neus potdicht aanvoelen. Ik kan niet deftig ademen en heb hoofdpijn om onnozel van te worden. Alsof ik een hele nacht met m’n kop tegen de muur heb zitten bonken. NIet dus. Maar toch voelt het zo. Geen oog dicht gedaan dus. Ik ben een wrak als de wekker gaat.

Er staat een vergadering gepland, en mijn strijdlustige ik weigert nog steeds zichzelf over te geven op commando. Dus we trekken weer naar het werk, deze keer gewapend met een leger zakdoeken en wat nurofens. De vergadering op zich verloopt vlot, maar ik voel de koorts weer opkomen, m’n hoofd bonken en de rillingen lopen over m’n lijf. De helft van wat gezegd wordt lijkt amper tot me door te dringen, mijn reacties komen precies altijd in slow motion achter. Belachelijk. OK, de beestjes winnen. Toch voor eventjes. Zo meteen langs de dokter. Een paardenmiddel vragen, want dit moet hier niet te lang duren. Ben het nu al beu. Iemand interesse in mijn beestjes? Een adresje dat ik hen kan aanraden? Laat maar komen! Ondertussen draai ik me nog eens om in m’n bed…

Geef een reactie