In het boekenrek – An accidental athlete

Weer even tijd voor een literaire blogpost. Onlangs surfte ik naar de website amazon.com om het boek “I run therefore I am still nuts” van Bob Schwartz te bestellen, het vervolg op het meest hilarische loopboek dat ik ooit heb gelezen. Boekje gevonden. Boekje besteld. Zo gezegd zo gedaan. Maar je mag amazon.com niet onderschatten. Best een slimme website. Wat zegt die dan plots zo tegen me, uiteraard heel strategisch vóór het moment waarop ik met m’n virtuele winkelwagentje langs de elektronische kassa passeer? Dan zegt die site plots: “you might also like this book”, met een linkje naar “The Accidental Athlete” van John Bingham. Een beetje creepy toch, hoe het internet me vertelt wat ik leuk zou kunnen vinden. Nog creepy-er: ze hebben gelijk!  De achterflap probeert lezers te lokken met de omschrij-ving van een man in halve midlife crisis die plotseling beslist van zetelatleet naar atleet te “muteren”. En met succes. Want na het lezen van de korte intro, was ook ik meteen verkocht en voegde ik het item nog snel aan m’n virtuele winkelmandje toe en keek ik halsreikend uit naar het moment dat het boekje in m’n bus zou belanden. Lekker handig, die virtuele winkelwagentjes. Alleen jammer dat de eraan verbonden kosten allesbehalve virtueel zijn ;-) .

De auteur John Bingham, tevens komiek en columnist, is geen onbekende in het loperwereldje. Lezers van het tijdschrift Runner’s World zullen hem waarschijnlijk kennen van de column “The Penguin Chronicles“, die hij 14 jaar lang voor dat magazine schreef. Vandaag de dag worden zijn pennenvruchten in “the competitor” gepubliceerd. Zijn bijnaam – the penguin – heeft hij te danken aan zijn wel heel specifieke loopstijl. Inmiddels is John Bingham vooral gekend als de man die jong en oud, dik en dun, blank en zwart aan het lopen kreeg. Maar eerst en vooral: die zichzelf aan het lopen kreeg, en dat is het thema van zijn boek.

Het boekje – dat overigens bijzonder vlot leest, op een namiddag had ik het uit – beschrijft de hele levensloop van Bingham, “from craddle to the grave”, alleen is het natuurlijk hopen dat Bingham, dankzij het lopen, nog lang niet aan zijn “grave” moet denken. Soit, een verhaal dus dat aanvangt bij Bingham’s prille jeugdjaren. Jaren waarin hij zichzelf spiegelt aan zijn sportidolen en zich te pletter oefent bij de basketbalring op de oprit van zijn ouders, maar waarin hij al snel tot het pijnlijke besef komt dat atletisme niet één van zijn top kwalititeiten is. Jaren waarin hij tijdens de les lichamelijke opvoeding telkens laatst wordt gevraagd om mee te doen en waarin hij zich – geheel ongewild – in vrij penibele situaties weet te werken. Herkenbaar? Jazeker, toch zeker voor mezelf.

Als adolescent keerde bingham zich vervolgens eerst tot de muziek, dan tot zijn carrière. Ik ga niet alle details verklappen, maar wat als een paal boven water staat: zijn zucht naar “meer” – méér geld, méér huizen, méér auto’s, méér aanzien, resulteerde ook in méér gewicht op de weegschaal en méér centimeters buikomtrek. Het resulteerde zelfs in méér bezoekjes aan het ziekenhuis wegens hartklachten.

En dus besluit Bingham, op zijn 43e, om te beginnen lopen. Waren de eerste hoofdstukjes van het boek al echte pageturners, dan is wat volgt nog tien keer beter. De auteur neemt ons mee op zijn reis door loopland, waarbij hij met vallen en opstaan, met blessures en grappige situaties (en allen zo herkenbaar natuurlijk), de wondere wereld van atletiek (en beyond) ontdekt. Dat alles sappig verteld aan de hand van grappige anecdotes en met de nodige kritische blik, in eerste plaats gericht op zichzelf. We vernemen dat zijn eerste paar schoenen volledig fout waren voor zijn voeten, maar de naam “Jazz” sprak hem, als ex-muzikant, het meeste aan. We vernemen dat hij zijn medailles bewaart aan de klink van zijn kleerkast. We vernemen dat hij na het verzamelen van 150 T-shirten van wedstrijden écht moest ingrijpen. Kleine, doch zo herkenbare, verhalen die het boekje tot een héél leuk leesbaar geheel maken.

Dat het boekje voor mij een topper is, staat buiten kijf. Ik zou tientallen quotes kunnen neerpennen, maar ik laat het aan jullie over om het boekje zelf te ontdekken. Toch hou ik eraan twee stukjes aan te halen die ik zelf bijzonder vond:

  1. Ergens halverwege het boek vertelt Bingham hoe een Olympisch kampioen tijdens een interview ooit gevraagd werd hoe het voelt om goud te winnen. De atleet in kwestie antwoordde met het vrij onverwachtte: tijdens élke wedstrijd en élk evenement vinden gebeurtenissen plaats die een gouden medaille waard zijn, of dat nu vooraan bij de profatleten is, of achteraan in de lopersgroep, bij de moeder-van-drie-die-eindelijk-weer-kan-lopen of de ik-was-ooit-dik-jongeman die op het punt staat z’n eerste wedstrijd te beëindigen. Het sluit vrij goed aan bij wat ik zelf nog maar enkele weken geleden neerpende.
  2. Ook de woorden uit het voorlaatste hoofdstuk raakten me en ga ik met een speciaal kleurtje in m’n hersenpan opslaan. Bingham beschrijft hoe lopers soms te veel bezig zijn met prestaties, dat ze rekenen en tellen over voorbije trainingen en vooruitzichten maken naar volgende wedstrijden toe, dat ze eigenlijk vergeten te genieten van het loop-moment dat ze op dat moment zelf beleven. Of nog “I realized that I was living 49 % of my life in the past, about 49% of my life in the future and only 2% of my life in the present”. Een vreselijke waarheid, zo besef ik zelf. En dus ga ik vanaf nu NOG meer genieten van mijn trainingen, ook omwille van de training zelf, en niet in functie van een volgende wedstrijd. We need to be careful not to look so far ahead that we miss what’s right at our feet. Danku John Bingham!

Een aanrader voor elke loper, sowieso. Maar misschien nog meer voor die mensen die zich in de situatie van Bingham vroeger bevinden. Om hen te tonen wat lopen hen kan bieden…. Of hoe Bingham het zelf zegt:

I have discovered the fountain of youth: being active. 

Geef een reactie