Spectaculair begin van februari :-(

Ambulance_ACT_PutteHoe snel het tij kan keren. Ik schreef het eergisteren nog in volle optimisme, dat januari zo goed was begonnen en dat dat alleen maar goed teken kon zijn voor de rest van het jaar. Nu hoop ik nog steeds dat dat het geval is, alleen is in de stijgende lijn wel een kleine knik ontstaan, die hopelijk wel van korte duur is want ik ben duidelijk “not amused”. Ik wilde februari best spectaculair beginnen, en dacht daarbij vooral, het zal jullie niet verbazen, aan een training in het zwembad of de fitness, om dan deze ochtend samen met loopmaatje Nico van Gent naar Deinze te lopen en met de trein terug. Kwestie van eens goed bij te babbelen. Het is gisteren wel even anders uitgedraaid…

Ik sliep al een paar nachten slecht, je kent dat wel, liggen woelen en draaien, piekeren en zorgen maken, alles wat gebeurd is de voorbije dag 37 keer door je hoofd laten passeren en je er telkens nog een beetje meer in opjagen waardoor je uiteindelijk als een stijf-van-de-zenuwen stresskip in je bed ligt te dudderen. Kwam daarbij dat ik ook al een dag of twee wat last had van buikpijn. Aangezien één van m’n collega’s geveld was met de buikgriep, heb ik daar niet verder bij stilgestaan en dacht ik dat er enkele buikgriepbeestjes in mijn buik waren terecht gekomen en dat die nu aan het vechten waren met mijn gezonde anti-dinges (hey, ik ben geen dokter), vandaar de spanning in mijn buik.  Dat ik dus niet in topvorm was, dat wist ik wel, maar ik was donderdag nog probleemloos gaan lopen, werken en zwemmen, en ik wist ook heel goed wat er precies op m’n zenuwen werkte, dus ik maakte me niet echt zorgen.

Op het werk gekomen gisterochtend voelde ik me dus niet de friste mens van de wereld. Mijn fut moest was precies beneden achtergebleven (ik werk op de 3e verdieping) en mijn hoofd bonkte lichtjes. Nee, fris en fruitig was niet hoe je me gisteren zou omschrijven. Toch ging ik naarstig aan het werk. Maar eerlijk? Het ging toch niet goed. Een eerste keer naar het toilet om m’n hoofd onder de kraan te steken. De poetsvrouw komt er toevallig ook en zegt “ge ziet er niet zo goed uit”. Ha, eerlijke mensen ;-) , gotta love them. Ze had gelijk. We babbelen wat en ik keer terug naar m’n bureau. M’n collega die rechttegenover zit zie ik af en toe bezorgde blikken naar mij werpen…. Tien minuten later toch maar nog eens het hoofd onder de kraan gaan steken. Stond ik daar met m’n handen in de wasbak en toen…. ging het licht uit. Zomaar. Opeens. Gedaan.

De rest van het gebeuren heb ik “ondergaan”. Een collega vond me, nietsvermoedend op weg naar het toilet, liggend op de grond en was natuurlijk geschrokken. Ik hoorde dat allemaal wel gebeuren in de verte, dus op dat moment was ik al half terug bij, maar het was wel makkelijker om de ogen te sluiten, dus deed ik dat maar. Rust wilde ik. Maar dat kreeg ik niet. Terwijl de ene collega naar de 100 belde, kwam de poetsvrouw terug die stond te roepen “weet je wie ik ben? weet je wie ik ben?”. Ik dacht “ja, iemand van wie ik wil dat ze niet in mijn oren roept”, maar ik vond de bezorgdheid wel heel erg lief en zei dus netjes haar naam ;-)

Nog voor de ambulance er was, stond de studentenarts er (die beneden in ons gebouw zit). Nog zo’n efficiënte collega. Die was rustiger, maar stelde allemaal vragen en pulkte aan mijn lijf. ondertussen werd duidelijk dat ik gewoon was flauwgevallen, niets ergers, dus de rust keerde een beetje terug. Vijf minuten later daarentegen brak de hel helemaal los. De 100 was toegekomen: naast de studentenarts en de collega die me vond plots ook 2 dokters en 3 of 4 verplegers, allemaal in die kleine toiletten. Als je nog niet claustrofobisch was, dan werd je het ter plekke.

“Geef eens je arm”… “steek eens je tong uit “…. “hoe oud ben je”…. “wat, zo’n lage hartslag”….”ik ga je kleren uitdoen”…..”wanneer moet je je maandstonden hebben” (zie ik eruit als een levende kalender? Met een cyclus als de mijne die even onvoorspelbaar is als het weer is dat geen vraag die je moet stellen)….. “ben je zwanger”… Het klonk in m’n oren als één groot geratel en ik antwoordde met “ja”… “nee” en het uitsteken van m’n tong al naargelang de vraag…  Al die vragen, en alles wat ik wilde was rust. Maar dat kreeg ik niet. Tsjoepkes werden op m’n borstkast en buik geplaatst om m’n hartslag te monitoren (die was ok) en ze bleven vragen stellen. Gelukkig was er ook de dokter die vroeg welke sporten ik deed en hoe snel ik de marathon loop. Ha, eindelijk een normaal gesprek ;-) Ik weet niet goed hoe ik het moet om-schrijven, maar zo’n moment overkomt je. Je bent in handen van héél bekwame mensen die duidelijk geroutineerd op elkaar zijn afgestemd en of je nu zin hebt of niet, je doet wat zij willen, je leven ligt vrij letterlijk in hun handen. Een bizarre gewaarwording….

Na een tijdje daar zo gelegen te hebben, met veel te veel mensen om me heen in een te kleine ruimte, vraagt de arts van het ziekenhuis “wat gaan we doen?”.  ”Een feestje bouwen” leek me wel een plausibel antwoord, tenslotte konden we toch vieren dat het allemaal wel meeviel, maar de vraag ging blijkbaar over al dan niet meegaan naar het ziekenhuis. Meegaan? Nog méér gefroemel aan mijn lijf? Ik dacht het niet. Bezorgde blikken heen en weer en uiteindelijk hoefde ik niet mee indien ik nog een uurtje bij de studentenarts zou gaan liggen, dan naar huis zou gaan en in de namiddag bij de dokter langs. Deal! Oef! Geen ziekenhuis! Even leek ook dat weer in de soep te vallen want onderweg naar ‘t kabinet van de studentenarts vroeg één van de verplegers nog wat ik gegeten had die morgen. Mijn antwoord, zijnde een halve pompelmoes en drie rijstkoeken met niets erop, zorgde meteen weer voor de nodige opschudding, waardoor die ziekenhuisverplegers beneden weer al hun gerief uithaalden om in mijn vinger te prikken en mijn suikergehalte te testen…. Waarom had ik niet “3 chocoladekoeken” gezegd? ;-)

Als ik iéts geleerd heb gisteren is het dat ik supergoede collega’s heb op de gang die heel hard met me begaan zijn. Ze hebben allemaal gereageerd zoals ze moesten reageren en waren oprecht bezorgd. Dat is hartverwarmend. Het was bizar om te zien hoe mensen op zoiets reageren, dat weet je nooit op voorhand, maar op zo’n moment wordt wel duidelijk dat ze veel voor je zouden doen. Zelfs in de namiddag nog kreeg ik smsjes om te vragen hoe het ging. Dus daarom een dankjewel aan de collega’s van de 3e verdieping en de artsen natuurlijk, inclusief de chauffeur van de vicerector die me netjes thuis afzette (maar die zei dat ik daar niet voor had moeten flauwvallen, dat ik dat ook gewoon had kunnen vragen ;-) ).

En nu? Ik hoor velen al denken dat ik aan rust toe ben en dat dit zeker het gevolg is van het vele sporten. Het bezoekje aan de huisarts bevestigde evenwel wat ik al vermoedde: de rust die ik nodig heb is vooral mentale rust en ik moet bijslapen…. Met hart en neurologische reacties is alles prima in orde. De bloeddruk is nog niet helemaal ok maar de buikpijn is puur stress-gerelateerd. Wie hoopte dat ik zwanger zou zijn, helaas, ik moet je teleurstellen ;-) Onder-getekende perfectionist gaat een weekje slaap inhalen en ondertussen op retraite en zich bezinnen in “loslaten” en “relativeren”. Poging 37 als je ‘t mij vraagt en quite mission impossible voor een perfectionist als mezelf maar goed, we kunnen maar proberen. Om er dan weer met een fris hoofd tegenaan te gaan. En sport? Dat is ontspanning. Dus dat mag…. “maar met mate”, voegde de dokter er direct aan toe met een ferme blik.  Het geplande looptochtje van 30km met Nico deze ochtend lijkt niet onder de noemer “met mate” te vallen en is dus vervangen door een ochtend aan de ontbijttafel met een fokkietje en de krant. Dat is goed, voor één keer….

Geef een reactie