Antwerp 10 miles – 21/04/2013

borstnummrDe Antwerpen 10 miles. Het hart van menig Antwerpenaar begint al sneller te kloppen enkel door eraan te denken. De massale start op linkeroever. De passage over de kaaien, langs de Meir. “t Stad” in rep en roer. Eén en al ambiance. Ik wil het graag geloven. Maar na mijn laatste deelname in 2008 had ik mezelf plechtig beloofd NOOIT MEER mee te doen aan deze wedstrijd. NEVER. EVER. “‘t Stad” mag dan wel overlopen van sfeer en ambiance; mobiliteit behoort niet tot haar sterke kwaliteiten – en dat is nog een understatement van formaat. Toen Maarten en ik in 2008 met de trein naar Antwerpen trokken voor de 10 miles en we na 1,5u lopen maar liefst 2u(!!) moesten aanschuiven om door de voetgangerstunnel terug op rechteroever te geraken, zakte ons humeur diep onder het vriespunt. Dat we nadien als sardienen in blik op een trein werden geperst richting Gent en uiteindelijk 8u onderweg waren geweest voor 1,5u lopen, maakte het besluit bijzonder gemakkelijk. Nooit meer Antwerpen. Echt niet.

We hebben het lang volgehouden, dat weerstand bieden tegen de jaarlijkse verleiding om deel te nemen aan één van Vlaanderens populairste loopevents. Vier jaar lang hebben we voet bij stuk gehouden, de andere kant opgekeken en “t Stad” gelaten voor wat het was. En dat zou dit jaar niet anders zijn. Maar dan kwam de Universiteit Gent roet in het eten strooien. Aan de 10 miles is immers ook een bedrijvencup verbonden en ze zochten nog enkele lopers om voor de UGent te lopen. Om de kleuren van onze alma mater te verdedigen. Inschrijving en alle onkosten vergoed. Tja… dan maken ze het toch wel écht moeilijk om weerstand te bieden. WIe kan dan nog nee zeggen? Ik alvast niet. En plots was ik ingeschreven….

Toegegeven, stiekem keek ik er wel een beetje naar uit. Het is immers wel kicken om met zoveel  lopers aan de start te staan. Om ‘en masse’ door de lege tunnels te hossen. Toch zakte de moed me gisteren weer in de schoenen toen bleek dat de trein er wegens werken 1,5u over doet om naar Antwerpen te geraken in plaats van de normale 40 minuten. Dat méén je niet! Dat bete-kent 3u trein en dan ben je nog niet op linkeroever. Wat zeggen ze dan? “De trein is altijd een beetje reizen”? Ammehoela.  Bovendien – ik geef toe – zat ook de bomexplosie in Boston in m’n hoofd. Was het wel veilig om te gaan lopen? In geen tijd had ik nog meer goesting om de begroting van de UGent nog drie keer door te nemen en 37 complexe simulaties te doen dan ook maar één meter te gaan lopen in Antwerpen – dat is toch ook in het voordeel van de UGent, niet? ;-) Een “DNS” werd een serieuze optie .

Maar dan kwam daar plots, uit het niets, de oplossing: maatje Paul. OK, zo helemaal uit het “niets” was het niet echt, het duurde een hele conversatie op Facebook van maar liefst 78 intelligente en minder intelligente commentaren om tot de afspraak te komen. Dat die conversatie ondertussen onderbroken werd door nog andere vriendjes die kwamen aanzetten met bijzonder inventieve voorstellen zoals “neem de Fyra” hielp niet echt. Maar uiteindelijk was er de redder in nood. Paul, mijn maatje met wie ik de marathon in Rijkevorsel liep en met wie ik in februari in Genk de hele marathon lang tetterde, zou me komen halen en naar Antwerpen brengen, en ondertussen nog supporteren ook. Wat een luxe! Zotte vrienden hebben heeft zo nog een voordeel. Zo zot is ie zelf, dat ie het zakje neuzen dat ik hem cadeau deed, al rijdend uit het raam van de wagen liet vliegen, waardoor er nu een gelukkige Antwerpenaar Gentse neusjes heeft kunnen eten :)

richttijdEn zo kwam het dat ik deze middag om 13u30 netjes aan m’n voordeur werd opgepikt en we om 14u15 netjes op linkeroever een plekje vonden om te parkeren. Netjes. Terwijl Paul het perfecte plaatsje zocht om te supporteren, baande ik me een weg tussen de duizenden mensen, de tientallen standjes en tentjes en de lopers van de 5km naar de tent waar ik m’n borst-nummer zou kunnen ophalen. Dat alles verliep bijzonder vlot. In geen tijd had ik m’n nummertje op m’n borst gespeld en ging ik op zoek naar het startvak. Netjes geregeld. Twee startvakken voor de snelle lopers met lage borstnummers en de andere lopers mochten zichzelf indelen in verschillende vakken naargelang de tijd die je dacht te zullen lopen. Aangezien m’n PR op de 10 miles 1:15 is, kies ik een plekje in het blauwe startvak, voor lopers met een eindtijd tussen 1u10 en 1u25. Mooi. Ik keek uit naar Carmen, Kaat, Edith, Gert en nog zoveel andere lopers die ik ken, maar tussen die massa was dat gewoon zoeken naar een speld in een hooiberg.

benny loopt me

benny loopt mee

Het is nog ruim een halfuur voor de start, de zon straalt lekker op m’n toot en ik sta tussen 24.999 gelijkgezinde looplief-hebbers. Dit is genieten. De ene is aan het stretchen. De andere kijkt nerveus om de 3 minuten op zijn horloge. Een groepje jonge gasten in oranje T-shirts verkoopt stoere praat aan elkaar “die 10 miles is makkelijk, ooit loop ik de marathon”. Waarop een andere vraagt “weet ge wel hoe ver dat is?”. Het antwoord “iet van een 40 km zeker”. Tja… zo”iet” ;-) . Ik zie zelfs een man verkleed als teddybeer, twee brandweer-mannen in volledige uitrusting en …. een hond! Jawel, hond Benny loopt met T-shirt en borstnummer met zijn baasje mee. Moet kunnen…. Dat halfuurtje is voorbij voor we het goed en wel beseffen. Het startschot weerklinkt en weg zijn we….

Veel volk aan de start in Antwerpen!

Veel volk aan de start in Antwerpen!

… of toch niet. Het startschot weerklinkt maar de massa voor me beweegt niet. Geen centimeter. Om de lopers op het parcours voldoende ruimte te geven wordt met een zandloperstart gewerkt. Subliem idee. Langer wachten om te starten, maar eens gestart heb je ruimte. Het duurt ruim tien minuten vooraleer ik enige beweging kan vertonen. Ondertussen heeft Paul, die aan km staat te supporteren, me waarschijnlijk al als vermist opgegeven ;-) . Nu, tien minuten valt nog mee. Toen Paul sms-te dat de laatste loper eindelijk aan km 2 was gepasseerd, zat ik al aan km 11, go figure!

Julie geniet :-)

Julie geniet :-)

Maar goed, we zijn gestart dus. Dankzij de zandloperstart heb ik onmiddellijk voldoende ruimte rond me om vlot te lopen en m’n tempo te zoeken. Dat ligt vlot rond de 4:45 min/km. Niet slecht. Na de start enkele lange rechte stukken, waarin ik meteen wordt getrakteerd op een beginnersfout van jewelste: open schoenveters. Julie toch. Hoe dom kan je zijn? Aan de kant. Veters toe. Lap, 15 seconden verloren en we waren amper vertrokken. Ach ja, niet aan te doen. Een aantal lopers hebben zich duidelijk verkeerd gezet aan de start. Ik steek massa’s mensen voorbij, zonder echt snel te lopen. Die kunnen on-mo-ge-lijk een tijd van 1u10 voor ogen gehad hebben, waarom starten die niet achteraan? Ik snap dat niet. Maar het is natuurlijk wel een mentale opsteker! Ik steek mensen voorbij en al snel zie ik Paul aan km 2. Even zwaaien, mooi lachen voor de foto en doorlopen. Niet veel verder zie ik een eerste jong gastje in oranje T-shirt aan het stappen. Toevallig de “stoere” die wel eens de marathon zou lopen. Ik kon het niet laten te glimlachen….

Tegen dan herinner ik me weer welke andere elementen me ertoe hadden aangezet nooit meer naar Antwerpen te gaan. Het is verdorie geen makkelijk parcours. Aan km 3 een pittige brug die we overmoesten. Aan km 5 worden we de Kennedytunnel doorgeleid. Ambiance, dat wel. De truckchauffeurs die door ons in de file staan toeteren luid om ons aan te moedigen, de supporters wuiven ons van alle kanten toe. Zalig. De lopers klappen in de tunnel in hun handen. Kippevelmoment. Maar geen beetje lucht. Een beklemmend gevoel in de tunnel en geen meter plat. Moeilijk. Maar moeilijk gaat ook. De temperaturen spelen me bovendien parten. Pas op, ik ben hevig fan van het lentezonnetje dat ons eindelijk gezelschap houdt. Maar mijn lijf is nu gewend aan ijstemperaturen. Deze “hoge” temperaturen vielen me duidelijk zwaar. Ik besluit het tempo naar 5min/km te brengen en de gooi naar een PR te laten voor wat het is. Wijs besluit, vind ik zo zelf. Terwijl ik dat beslis passeer ik een tweede stappende jongen-in-oranje T-shirt. ‘t Is precies ‘t verhaal van de 10 kleine negertjes. Toen waren ze nog met 8 ;-) .

Ik geniet met volle teugen. Na de tunnel komen we op rechteroever. Supporters, rijen dik. Ambiance, niet normaal. Op de kaaien worden we langs alle kanten aangemoedigd. Op de meir (waar ik onderweg even overwoog de Esprit binnen te springen,maar die was helaas gesloten) hingen spandoeken “Lopers kunnen meir”. Wel grappig. Prima bevoorrading. Dit is leuk. Ik bedek de venijnige kasseien met de mantel der liefde en absorbeer alles wat rond me gebeurt. Aan km 11 krijg ik het bewuste sms-je van Paul dat de laatste loper gepasseerd was aan km 2. Na precies een uur staat 12 km op de teller. En…. passeer ik een derde jongen-in-oranje.

Nog enkele bochtjes en draaitjes en dan volgde het laatste stuk van ‘t parcours: de Waaslandtunnel. Een geniepigaard. Een stiekemerd. Een venijnig ding, als je ‘t mij vraagt. De eerste helft vlieg je naar beneden en word je als het ware de zuurstofarme tunnel in gezogen. Het Rode Kruis overvloedig aanwezig. Om de zoveel meter staat een koppeltje verplegers met argusogen de lopers te bekijken. Gelukkig bleven ze werkloos, toch toen ik passeerde. Zoals altijd geldt: “what goes up, must come down”. Helaas geldt dat omgekeerd ook. Dus na de afdaling volgde…. de eindeloze helling. Echt niet normaal. Die bleef maar duren. En ik zag die cijfertjes op m’n klok maar vooruit gaan, maar het einde van de tunnel kwam niet in zicht. Toch wilde ik het nu niet meer uit handen geven. Een tijd van rond de 1u20 zat erin, dus dat moest kunnen.

medaill!e!

medaill!e!

Niet veel later (en nog een strompelende oranje jongen gepasseerd) heb ik terug de zon op m’n smoeltje en kan de laatste kilometer worden ingezet. Ik pers er nog uit wat ik nog kan en finish uiteindelijk na 1u21, een tijd waar ik, gezien de omstandigheden, heel tevreden mee ben. Mijn vreugde werd nog groter toen bleek dat ik 9 minuten sneller was dan Bart De Wever, dat alleen al maakt mijn dag goed. Ik neem dankbaar een koekje en een drankje aan en laat m’n welverdiende medaille om m’n nek hangen. Dat hebben we toch maar mooi weer gedaan. Maatje Paul staat ondertussen met zijn supermobiel én een fris flesje cola (zei ik al: wat een luxe) op me te wachten om me veilig thuis te brengen. Waw :-)  Merci Paul! ‘t Was superplezant!

Nooit gedacht dat ik dit zou zeggen maar: voor herhaling vatbaar, die ten miles. En nu maar hopen dat we het voor UGent goed vanaf gebracht hebben!

parcours 10 miles

parcours 10 miles

Geef een reactie