Lactaattesten bij Energy Lab

bron: www.nieuwsblad.be

bron: www.nieuwsblad.be

Het zal je maar overkomen…. plaats je nietsvermoedend een berichtje op Twitter dat je in de Stadsloop Gent zowel de 5 km als de 10km gaat lopen en word je  gecontacteerd door een journalist van De Gentenaar met de vraag of je zin hebt om deel uit te maken van een team lopers  - “team de Gentenaar” – die ze in de aanloop naar de Stadsloop zullen volgen. Of ze elke vrijdag je smoeltje in de gazet mogen zetten en mogen rapporteren over hoe de trainingen vorderen. Leuk toch? Heel lang moest ik over die vraag niet nadenken, ook al kan ik me niet inbeelden dat de Vlaming geïnteresseerd is in mijn smoel of mijn trainingen ;-) . Soit. Dat terzijde. Altijd in voor een avontuur. Altijd fijn om nieuwe mensen te leren kennen. En toegegeven, die 5 minuten roem spreken ook wel tot de verbeelding (tsss… geef toe, hoe zou je zelf zijn?).

Mijn grote “debuut” was vorige week vrijdag, toen werd het team officieel voorgesteld in De Gentenaar en was ik te bewonderen tussen andere Gentse topatleten. Ondertussen zijn we al een weekje verder. Het stukje gisteren in de krant ging over onze favoriete loopplekjes in Gent. We mochten uitvoerig beschrijven en vertellen waar we graag onze voeten neerzetten, onze zweetdruppels laten vallen, onze runner’s high beleven en mochten nadien op pad met een fotograaf om dat alles nog eens op de gevoelige plaat vast te laten leggen ook. Zo kwam het dat ondergetekende eergisteren na het werk onder een stralende lentezon zich van haar mooiste (?) zijde liet zien langs de Leie in de Assels in Drongen. Poseren. Joggen. Lopen. Dat alles tot groot jolijt van de mensen op een terras achter ons. Het resultaat is alweer een leuk artikel in de krant met vier uiteenlopende verhalen en mooie foto’s. En toch één collega die fijntjes opmerkte dat ik speciaal voor de gelegenheid m’n UGent T-shirt had aangetrokken. Wijs.

preview gekregen van de fotograaf

preview gekregen van de fotograaf

Maar er is meer. Het wordt nog beter. Deze week mochten de leden van Team de Gentenaar ook naar EnergyLab aan de Antwerpse Steenweg voor een heuse conditietest. Echt? Ja, echt! Waw, een conditietest met lactaattesten en een bodyscan en alles erop en eraan. Klinkt dat professioneel, of wat? En dus trok ik woensdag tijdens de middagpauze, na een geanimeerde vergadering op het werk, richting Energy Lab. Een beetje onzeker. Wat kunnen we verwachten? Hoe rampzalig is het met de conditie gesteld? Hoe belachelijk gaan we ons maken op die loopband? Al die vragen spookten door m’n hoofd terwijl ik met m’n fietsje over de Gentse kasseien hobbelde. Gelukkig moest ik zodanig op die kasseien letten dat ik al snel aan niets anders meer kon denken. Handig.

logoBij EnergyLab werd ik supervriendelijk onthaald door Hannes die me eerst een paar vraagjes stelde, de klassieke hoe groot ben je en hoeveel weeg je ( ja, dat blijft geheim), welke sporten doe je allemaal, hoe vaak sport je. Dat soort zaken. Niet veel later werd ik op de loopband geplant en kon de “fun” beginnen. Het concept? Telkens 5 minuten lopen. Starten aan 7km/u en elke 5 minuten zou de loopband dan 1,5 km/u harder worden gezet. Dus van 7 naar 8,5 naar 10 naar 11,5 en naar 13. Alles boven de 13 streepte ik al meteen af als “strikt onmogelijk”. Na elke 5 minuten zou ik in m’n oor worden geprikt om lactaat te meten en moest ik op een kaart aanduiden hoe ik de oefening aanvoelde (van heel licht tot heel zwaar). Ok, niet te ingewikkeld. I think I can handle that.

Het eerste blokje aan 7km/u ging goed, al ben ik geen loopbandloper en geeft het binnen lopen me een bijzonder beklemmend gevoel. Zoals afgesproken zwaait Hannes met zijn bordje, waar ik “zeer zeer licht” op aanduid en word ik in mijn oor geprikt. En mijn ouders destijds maar zagen dat ik geen gaatjes mocht in mijn oren, doet die mens dat zonder enig schroom ;-) Blokje 2 aan 8,5km /u gaat uiteraard ook nog vlot (“zeer licht”) en blokje 3 aan 10km/u verteren we zonder noemenswaardige problemen (“gewoon”). 10km/u is m’n duurlooptempo. Dit is doenbaar. Al beginnen de eerste zweetdruppels te vallen en besluit ik dat een loopband absoluut de allersaaiste uitvinding ooit moet zijn geweest.

Blokje 4. 11,5km /u. Nu begint het. Natuurlijk kan ik 11,5km per uur lopen, ik liep vorige zondag nog 16km aan 12km/u, maar het ligt buiten m’n comfortzone. En al zeker op zo’n loopband. Kom op, het is maar 5 minuten, dat is te doen. Op het bord gaat m’n hand naar het vakje “licht zwaar” en ook mijn oren beginnen lastig te doen: het geprikte gaatje weigert nog een druppel bloed te produceren waardoor Hannes opnieuw moest prikken. En opnieuw. En opnieuw. “Taai vlees” was zijn conclusie toen ik met oren als gruyèrekaas aan mijn vijfde blokje moest beginnen….

Blokje 5. Op voorhand had ik al gezegd dat dit m’n laatste blokje zou zijn. 13km/u, 5 minuten aan een stuk, dat vind ik al een hele prestatie. Ik loop de longen uit m’n lijf, en tegen alle verwachtingen in gaat het blokje eigenlijk vrij goed. Het is zwaar, maar ik zit nog niet kapot. Een feit dat ook Hannes heeft gespot. Na m’n oren nog eens te hebben uitgeperst zegt hij dan ook dat ik aan het blokje van 14,5km per uur moet beginnen. “je ziet wel hoever je geraakt”. De loopband schiet onder me door en ik doe alle moeite om die bij te houden. In gedachten zie ik me al met een grote boog van de band vliegen en tegen de muur achter me plakken, maar – hoe raar ook – ik blijf op de band en mijn benen blijven onder me bewegen, als speedy gonzalez, terwijl m’n hoofd amper besefte dat het nog leefde. Een bijzonder vreemd gevoel. Na 5 minuten die er 25 leken mocht ik eindelijk stoppen van Hannes. “16 km/u zou een beetje veel zijn zeker?” Euh… ik dacht het ook. Nooit gedacht dat ik die 14,5km/u zou volhouden.

Hieronder een samenvattend tabelletje van mijn loopbandexploten:

tabel

Het resultaat van de testen is duidelijk. Ik heb een duidelijk “duurlopers / ultralopersprofiel” met een heel goed ontwikkelde basisuithouding, ver boven het gemiddelde, maar onvoldoende op intensieve uithouding en weerstand. Dit is duidelijk in de grafiek hieronder: lactaat blijft vrij lang vrij laag (0,8), maar eens ik aan de suikerverbranding begin, gaat het snel naar omhoog. Té snel.

De oplossing? Veel intervaltrainingen doen en op snelheid trainen. Dat is natuurlijk in de veronderstelling dat ik sneller wil kunnen lopen. Maar willen we dat wel? ;-) Ik kreeg alvast van Energy Lab een mooi schema in m’n pollekes gestopt om dit grafiekje nog mooier te laten worden dan het al was, samen met de aanduiding van mijn aërobe en anaërobe drempels én de boodschap dat ik eigenlijk, als ik er echt voor train, een marathon zou kunnen lopen in een tijd tussen de 3u33 en 3u38. Het heeft Hannes 5 minuten tijd gekost om mij te doen bedaren van het lachen. Yeah right. Dromen mag, maar ‘t moet wel realistisch blijven he…

grafiek

Wie dacht dat het toen gedaan was met de fun – think again. Nadien mocht ik ook nog onder de scanner. Mijn sportieve lijf onder de loupe gelegd, een electronisch alziend oog passeert over elke vezel en elke spier en registreert elke (on)regelmatigheid. Zo weet ik nu bijvoorbeeld dat mijn linkerbeen 500 gr minder weegt dan mijn rechter (like I care) en dat ik best wel een sexy skelet heb ;-) . Belangrijker was dat ik best een aanvaardbaar vetpercentage in m’n lijf heb. Ik schrok in eerste instantie wel van de27% die hij opnoemde. Wablief? Méér dan een KWART van mijn lijf is vet ??? Ik zag meteen een gigantische hongerstaking als enige oplossing. Maar toen bleek dat ik eigenlijk wel onder het gemiddelde zit en dat dat voor een vrouw best ok is. Oef… die middag toch een chocolaatje gegeten om dat te vieren hihi. Eveneens positief is dat mijn botdensiteit veel hoger is dan gemiddeld en ik dus stevige botten heb. Yiha! Een meer dan geslaagde conditietest dus. En als kers op de taart: het volledige rapport met alle grafieken, foto’s en schema’s op een USB stick cadeau meegekregen! Wat een service!

Jullie lezen er ongetwijfeld alles over in de Gentenaar volgende week!

approved

Geef een reactie