Ultramarathon Stockholm 50km – 04/08/2013 – Heja! Heja! Heja!

Mijn nummertje

Mijn nummertje

Zondag 4 augustus 2013. Vijf minuten voor de wekker zou afgaan, werd ik gewekt door priemende zonnestralen op m’n gezicht. Het duurde even voor ik besefte waar ik was. De USA? Nee, dat was vorige week. Thuis? Nee, ook niet, wij hebben zo geen lelijke luster hangen aan ‘t plafond. Waar was ik dan wel? Aha! Langzaamaan schoten de hersencellen in gang en begon het te dagen: in Stockholm, in Zweden. De sympathieke stad aan het water met vriendelijke (en vooral mooie) Zweden. Juij! Vijf minuten later en nog wat graden wakkerheid hoger kwam het volgende besef: een grote dag, ik zou namelijk de Ultramarathon van Stockholm lopen! Jawel, de dag voordien waren we in Löplabbet op de Kungsgatan mijn borstnummertje gaan ophalen, en vandaag was de grote dag: ik zou 50km gaan lopen op Djurgarden, één van de vele eilandjes die de stad rijk is. Hoera! Met een ongekend enthousiamse sprong ik het bed uit, en nog voor mama – mijn reisgezel en supporter van dienst – hetzelfde kon doen, stond ik al gelaarsd en gespoord in loopoutfit klaar voor de grote uitdaging. Ik had er zin in, need I say more?

Het begon al schitterend toen ik even later de ontbijtzaal binnenliep. Aangezien het ontbijt pas vanaf 8u werd geserveerd en de wedstrijd om 10u begon, besloot ik al volledig in looptenue te gaan ontbijten om dan onmiddellijk naar de start te kunnen gaan nadien. Toen de ontbijt-dame me zag verschijnen vroeg ze met een verbaasde blik “springer du ett marathonlopp idag?” (loop je vandaag de marathon?). Na mijn bevestigend antwoord in uiteraard vloeiend Zweeds (ahum – nog een geluk dat “ja” vrij universeel is), werd het even stil. Enkele seconden later veranderde de bedenkelijke blik in een brede lach en, terwijl ze richting buffet wees, zei ze superenthousiast: “vi har bananer!” (we hebben bananen!). Als dat geen service is ;-) !

Klaar!

Klaar!

Met een banaan in de maag en een flinke portie loopgoesting vertrokken we naar de start. Het zonnetje gaf al lekker veel warmte af, en het was nog niet eens 10u, dat beloofde. Naarmate we Djurgarden naderden fladderden de vlinders in mijn buik steeds vrolijker op en neer. Dat bekende zenuwachtig gevoel, dat gevoel van spanning en verwachting, te weten dat er iets te gebeuren staat, dat je een inspanning gaat leveren die tegelijkertijd fantastisch en pijnlijk is en dat de voldoening achteraf alles waard zal zijn geweest.  Die milliseconde waarop je je afvraagt waarom je dit eigenlijk doet en waarop je beseft dat je ook met een lekker fris drankje op het terras zou kunnen zitten. En toch kies je voor dergelijke beproeving. Enkel collega-lopers zullen me verstaan, denk ik. Ik geniet ervan. Ik hou ervan. De lopers van de 100km waren al om 8u30 gestart en waren al rondjes aan het afhaspelen. Supporters langs de kant riepen luidkeels “Heja, heja, heja“, het Zweedse equivalent van “Allez, allez, allez”, zo nam ik aan. Zelf neem ik de tijd om de bevoorradings-post te verkennen, de start en de finish te identificeren en de laatste zenuwen de baas te worden. Is het nog geen 10u? Ik had er zoveel zin in!

Eindelijk was het dan zover. Rond 10 voor 10 verzamelde een groep van een 350-tal lopers zich aan de start. Een bont gezelschap, maar toch opvallend veel grote, blonde mensen als je ‘t mij vraagt. Geroezemoes. Gestretch. Een laatste keer de schoenveters checken. De GPS alvast aanzetten zodat ie zeker signaal heeft. Telkens wanneer een 100-km loper ons passeerde, werd luid geapplaudisseerd. Lopers wensen elkaar succes “lycka till”. Zelfs een niet Zweed verstaat de uitdrukking. Samenhorigheid. Respect. Zo typisch bij de lange-afstandslopers. Ik probeerde me te concentreren op de opdracht die voor me stond: 50km, verdeeld over een inlooplusje van 2km en dan 6 rondjes van 8km. Indelen in stukjes. Hapklare brokjes. Trick the mind. Nee, ik ga geen 50km lopen, ik ga een 21-gangen maaltijd nuttigen en tussendoor een beetje lopen. Dat is het plan :-) Een ultra loop je voor een stuk tussen de oren. En tussen mijn oren…. nee, je wil het niet weten ;-)

Klaar voor de start....

Klaar voor de start….

Stipt 10u weerklonk het startschot en we trokken op pad. Geen snelheidsduivels en wegpiraten, nee, bij een ultra gaat het er rustig aan toe. Geen nood om aan 13km/u aan te zetten, dat hou je toch onmogelijk 50km vol. De start was dus gezapig, de massa zette zich langzaam in beweging en terwijl de eerste meters onder ons voeten doorschoven werden conversaties nog gewoon voortgezet, werd nog gelachen en gebabbeld. Een inlooplusje van 2km is ideaal om warm te lopen, om een ritme te vinden. Tijdens mijn 2 verkenningsloopjes eerder die week was me al pijnlijk de illusie ontnomen dat Stocholm plat was. Daar werd ik tijdens de eerste 2km al meteen aan herinnerd. Noteer: Djurgarden is NIET plat. Echt NIET. Dit doet me terugdenken aan de 6urenloop van Aalter vorig jaar, waar een klein bergje (in een rondje van amper 2km) in het begin gemakkelijk was, en na 30 rondjes de bijnaam “col de la piscine” gekregen had, niet toevallig omdat het aan een zwembad lag. Ik vermoedde al dat deze kleine hellingetjes me later grote parten zouden spelen….. Maar goed, we waren gescheept, dus we moeten varen. Wilde zee of rustige zee… varen zullen we :-)

Julie vlak na de start

Julie vlak na de start

Reeds snel detecteerde ik een tweede punt van bezorgdheid : niet enkel de hellingen zouden deze race typeren, ook de warmte speelde in ons nadeel. Amper 10u gepasseerd en de thermometer al ruim boven de 20 graden. Veel drinken en verkoeling zoeken zou de boodschap worden. De hoop op een nieuwe besttijd werd op dat moment al meteen weggestopt; hier moeten we geen zotte dingen gaan proberen. Uitlopen is ook al mooi. Dat gezegd zijnde dacht ik de obstakels wel te hebben gehad. Maar toen…. zo rond km 1,5, viel mijn oog op een….. SNELWANDELAAR. Gelijktijdig met mij gestart en hij liep, excuseer, hij wandelde, 20 meter voor mij. Ja, VOOR. Serieus?  Dat kon toch niet? Ik deed al die moeite om te lopen en meneer wandelde, ja, WANDELDE, sneller dan mij. Een hoop frustratie borrelde in mij op en een eerste doel van de wedstrijd werd al gauw gevonden: ik moest en zou voor de snelwandelaar finishen. Mijn ego kan veel hebben, maar dat…. dat niet ;-)

50km rechts, mijn naam 4e van boven

50km rechts, mijn naam 4e van boven

Ondertussen waren we, na 2km, weer bij het vertrekpunt aangekomen. Een ideaal moment voor een eerste slokje water en een mentale stand van zaken. De hellingen en de warmte maakten een PR onmogelijk, maar de goesting was groot genoeg om hier gewoon een 5-tal uur van de genieten. En ondertussen die snelwandelaar inhalen natuurlijk, wat dacht je. Onder luid gejoel van de supporters “Heja, Heja, Heja“, passeren we een eerste keer de bevoorradingspost. Daar staat ook een gigantisch bord waarop telkens je passeerde, je naam verscheen, met vermelding van het aantal rondjes dat je nog moest doen en hoeveel km dat betekende, het gemiddelde tempo van je laatste ronde en de geschatte aankomsttijd indien je dat tempo zou aanhouden. Wel leuk.

Twee kilometer in de beentjes, nu was het tijd voor het echte werk. De eerste van 6 rondjes van 8km. Een verkenningsronde. Een ronde om het parcours in te schatten, de moeilijke plekjes te detecteren en de bevoorradingsposten te beoordelen. Ik viel van de ene oooh in de andere aaaah. Het parcours leidde ons langs prachtige plekjes, ongeveer de helft onverhard, in de groene long van de stad. Lange stukken in bosrijke gebieden (schaduw, dankuwel!) en heel vaak de nabijheid van water. Terwijl mijn voetjes de eerste kilometers verteerden, maakte ik een schemaatje in mijn hoofd: eerst een beetje omhoog op asfalt, dan drie km onverhard in de bossen, grotendeels naar beneden (= recupereren!), dan een lang stuk langs het water, aan de brug zit ik over de helft. Overkant van het water is lastiger: vlak in de zon en vaak bergop. Een héél pittige helling rond km 6, gevolgd door een bijzonder welkome bevoorradingspost en dan nog een langere helling bergrop, gelukkig in de schaduw, terug naar de start. Terug naar af. Moraal van het verhaal: een eenvoudige eerste helft en een lastige tweede. Omgekeerd was leuker geweest. Rondje één is zo achter de rug aan een tempo van 5:40 min/km en met een heel goed gevoel. Pour la petite histoire: de snelwandelaar werd voorbijgestoken aan km 8! Oef mijn humeur hersteld en mijn ego gered ;-) .

Julie na het tweede rondje

Julie na het tweede rondje

Vanaf dan begon het mentale werk. Nog 5 rondjes. Néé, geen 40km meer, maar wel nog 5 eenvoudige stukjes en 5 lastigere stukjes. Of nog: nog 15 bevoorradingsposten. Alles om het verteerbaar te maken. Het tweede rondje liep met ongelofelijk gemak. Het parcours verkend, werd het tijd om echt te genieten van de omgeving. Om me heen te kijken, te beseffen: “ik loop hier in Stockholm”. Ik luisterde naar de aanmoedigingen van de supporters “bra jobbat” (goed gedaan) en naar de verhalen van de medelopers. Ondertussen liet ik me geheel toepasselijk muzikaal begeleiden door Abba en Roxette (een mens moet zich nu eenmaal inleven in de cultuur die hij bezoekt) en in geen tijd was  ik gewoon ontzettend aan het genieten. Dit is LEUK! Mijn gedachten beginnen te zweven, de wereld rondom mij vergat ik beetje bij beetje. It was just me, my feet and Stockholm. Leuk!

Een meterslange bevoorrading, genoeg om Ethiopië te voeden!

Een meterslange bevoorrading, genoeg om Ethiopië te voeden!

Wat ons ondertussen tijdens onze citytrip in verband met de Zweden al was opgevallen, namelijk dat ze super vriendelijk, georganiseerd en efficiënt zijn en veel respect hebben voor elkaar, werd tijdens deze wedstrijd nog maar eens bevestigd. De organisatie was af. Op en top in orde. Piccobello. Tijdens de rondjes van 8km waren 3 bevoorradingsposten voorzien. En “bevoorrading” mag je hier héél ruim rekenen: naast de obligatie bekertjes met water, energiedrank en cola en de rozijnen en bananen, kregen we ook koffie, thee, soep, snoep, boterhammen met kaviaar (!), chocolade, hamburgers, kaastaart en hotdogs voorgeschoteld. Eerlijk gezegd, als je dat allemaal zou opeten loop je volgens mij die 50 of 100 km niet meer uit maar kunnen ze je over het parcours rollen. Maar toch: het wordt toch maar aangeboden… en dat om de 2,5 km! Omdat het zo warm was, werden boven-dien nog twee extra waterposten ingelast, waardoor de loopafstand tussen de verschillende “pretmomenten” wel heel erg klein werd. Een luxe. Aan elke grote bevoorradingspost ook een sprinkler-douche waar je zalig onder kon lopen voor verfrissing, net zo afgesteld dat je fris kreeg, zonder dat je de rest van de wedstrijd met zompige schoenen moet rondlopen. Oog voor detail, alweer. Grote bakken met water om je met sponsen te verfrissen. Om de 2km een ruim aanbod aan toiletten, jawel mét toiletpapier en zeep. Voeg daaraan toe de zeker 50 vrijwilligers langs het parcours die vriendelijk de weg wezen en ons luidkeels aanmoedigden – “Heja, heja heja“, weet je wel – en je hebt een loopfeest in de echte betekenis van het woord. Proficiat aan de organisatie!

De tocht werd verder gezet. Ronde drie al. Een klein stukje omhoog op asfalt, dan een lang koel stuk in de bossen naar beneden. Ik keek met grote ogen naar het water van het meer naast ons en moest me inhouden er niet in te springen. Maar nog 32km lopen met natte schoenen leek me géén goed idee. Doorlopen dus. Een stukje langs het water. over de brug, en dan de moeilijke tweede helft. Ondertussen was het bijna middag. De zon hoog aan de hemel. De temperaturen stegen. De weg ook. Ik kreeg het moeilijk. Een dip. Het derde rondje eindigde ik aan een mooi tempo maar met een mottig gevoel. “Dit is niet leuk meer”, bedacht ik me. En hoewel zo’n moment natuurlijk altijd voorkomt tijdens een marathon of een ultra, was dit nu wel héél erg vroeg. Ik zat net aan de helft. Drie rondjes gedaan, drie te gaan. Drie rondjes afzien? Moest dat nog echt? Zelfs Abba’s “the winner takes it all” kon op dat moment niet voor enige motivatie zorgen. Ik gaf mezelf een trap onder de kont, had een stevig vrouw-tot-vrouw gesprek met mezelf en verplichtte mezelf door te gaan. Niet opgeven. Komaan. Het gaat niet altijd makkelijk. Ik nam iets meer tijd aan de bevoorradingspost om te herstellen, om me te verfrissen en schakelde van water over op mijn succesrecept tijdens lange lopen: cola en bananen. Geef me die twee dingen en je zou even goed een fusée in mijn achterste kunnen steken: ik vlam vooruit. “Als dat het niet doet, dan stop ik na de 4e ronde“, dat werd de afspraak met mezelf. En onder een bezorgde blik van mama, die dipjes van ver weet te bespeuren, zette ik de 4e ronde in.

De start van die ronde beloofde niet veel goeds. Met banaan en cola in m’n maag werd het stukje bergop een ware kalvarietocht. Het werd aftellen naar de volgende bevoorradingspost, naar het volgende punt met schaduw. Vergeet genieten. Vergeet plezier. Dit is afzien. Niet leuk. Maar dan…. gebeurde het toch. Het stukje bergaf in de schaduw, ongetwijfeld in combinatie met mijn supervrouw-recept van cola en banaan, zorgde voor hernieuwde energie. Een km of 2 later voelde ik m’n hoofd gewoon opklaren, m’n lichaam afkoelen en m’n benen vooruitgaan. Yes! Dit was waar ik op had gehoopt. Net op het moment waar ik er mentaal bijna de brui aan had gegeven en ook werkelijk met een fris drankje op een terras was gaan zitten, kom ik helemaal weer op m’n positieven. Het tempo gaat omhoog. De goesting is terug. Een paar wolkjes zorgen voor héél welkom schaduw. En Julie is terug vertrokken. Ronde 4 werd beëindigd aan een mooi tempo, met een brede smile en onder goedkeurende en gerustgestelde blik van de mama.

En dan ging het plots snel. Nog 2 rondjes. Elk geijkt punt dat ik tijdens ronde 5 passeerde maakte ik me de bedenking dat ik  het nog maar één keer zou zien nadien. Het kortte af. Steeds meer lopers gingen wandelen, en ik, ik haalde steeds meer lopers in. De loper als dalmatiër verkleed die de 100km deed, de Chinese dame met wie ik de hele tijd haasje over speelde, de man met de vlag van god weet welk land,…. één voor één haalde ik ze in. Steeds vaker zag ik lopers wandelen op de stukken bergop. Ik liep. Ik nam misschien wat langere pauzes aan de bevoorrading, maar op de andere stukken werd er gelopen, niet gewandeld. De finish naderde, zo leek het wel, en zo kwam ik na 5 rondjes toe met het gevoel alsof de strijd was gestreden….

moe maar content mét medaille!

moe maar content mét medaille!

….. mis poes. misschien maakte ik daar wel de mentale fout; te denken na 5 rondjes dat we “er nu wel bijna waren”. Die laatste 8km leken een pak langer dan ik me had ingebeeld. De lange stukken een pak langer, de hellingen een pak steiler (huh, ligt Stockholm nu in de alpen?). Hoewel ik nog steeds mooi tempo maakte en vlot kon doorlopen, was het gevoel minder goed en leek het ook allemaal langer te duren. Er kwam gewoon geen einde aan. Héél even, héél even dacht ik de laatste 2km te stappen, maar een blik op de Garmin leerde dat als ik zou doorlopen, ik nog net binnen de 5u zou eindigen, en dat gaf de doorslag. Doorlopen! Binnen de 5u eindigen. Dat zou mooi zijn. De laatste helling bergop was een beproeving de omvang van de Mont Ventoux, maar toen ik even later, na 4u56min :-) , de finish met een grote smile bereikte, was alle leed vergeten. Content. Euforisch. Gelukkig. Daar doen we het voor. Zeker niet cadeau gekregen, deze ultraloop, maar de voldoening is bijzonder groot! Daar gaan we nog lang van nagenieten! En dan…. ben ik met een fris drankje op een terras gaan zitten, of wat had je gedacht?

Ultramarathon Stockholm? Een absolute aanrader! 2013 was de eerste editie, het smaakt ongetwijfeld naar meer!

Finish! De dame naast mij moest nog een rondje doen...

Finish! De dame naast mij moest nog een rondje doen…

 

Geef een reactie