De zesde uitdaging voor 2013 : Dodentocht – 9-10/08/2013

challengeBeste lezers, laat me maar meteen met de deur in huis vallen: dit verslagje gaat over mijn zesde uitdaging voor 2013. Euh… de zesde uitdaging voor 2013?  Uitdagingen? Voor 2013? Waar ging dat ook alweer over? Inderdaad, alvorens u naar de dokter snelt omdat u denkt aan geheugenverlies te lijden of dat de eerste tekenen van Alzheimer zich hebben ingezet, laat me u meteen geruststellen. Het is mijn fout. De uitdagingen 2013 zijn onder een laagje stof beland. Of zeg maar, een dikke laag stof. De 10 ambitieuze doelen die ik mezelf eind 2012 voor het nieuwe jaar stelde, werden , ondanks een spectaculaire start, genadeloos onder de mat geveegd. De vijfde uitdaging (het gewéldige yoga-verhaal, weet je nog) dateert al van begin februari en toen viel het stil. Hoe dat komt? Heel simpel: als ik iets doe, wil ik het goed doen. Door een venijnige griep in maart viel de 1e uitdaging (loop rond het Balatonmeer) echter in het water, en toen had ik er gewoon geen zin meer in. Het niet kunnen voltooien van die ene uitdaging ontnam me de zin om voort te doen. Wat had het ook voor zin, ik zou ze toch nooit alle tien kunnen doen. Gelukkig worden dergelijke periodes van verstandsverbijstering vaak gevolgd door iets heldere periodes. En zo vond ik, met het naderen van de Dodentocht, toch de goesting terug om de uitdagingen verder te zetten.

dodoentochtHet was loop- en blogmaatje Dorothé die deze uitdaging voor me verzon: “wees eens vrijwilliger bij een loopwedstrijd in plaats van zelf deel te nemen“. Een prima uitdaging, zo vond ik zelf, best wel spannend om het allemaal eens van de andere kant mee te maken. Een specifieke wedstrijd werd me niet opgelegd en dus mocht ik zelf kiezen. Na de geweldige sfeer die ik vorig jaar mocht ervaren als loper tijdens de Dodentocht moest ik niet lang twijfelen: ik zou de duizenden lopers en wandelaars van eten, drinken, moed en een hele portie bewondering voorzien aan één van de bevoorradingsposten. Ik herinner me zelf nog goed hoe ik telkens uitkeek naar de volgende post, in m’n hoofd uitrekende hoeveel tijd me nog scheidde van de volgende bemoedigende glimlach en bijhorend lekker koekje, en dat wilde ik ook zelf eens aan mijn medelopers bezorgen. Bovendien leek het me leuk eens te zien wat er allemaal achter de schermen van zo’n groot evenement als de Dodentocht gebeurt. Enkele mailtjes met de organisatie later en ‘t was in de sjakosh: ik mocht op 10 augustus een hele dag meehelpen aan de post op 95km. De allerlaatste post voor de finish. De post die ik zo vervloekte vorig jaar wegens het steile pad naar beneden dat je moest nemen om er te geraken. De post waarvan ik amper herinner dat ik ze überhaupt ben gepasseerd, zo moe was ik. Aan die post zou ik gaan staan. Spannend!

En zo kwam het dat ik op zaterdag 10 augustus bij dag en dauw opstond, eerst zelf een toertje ging lopen (uiteraard) en dan richting Bornem trok. Naarmate ik Bornem naderde kwam ik steeds meer gele fluo pijltjes tegen, op het asfalt geplakt en op de bomen en hekkens. De gele fluo pijltjes die ik vorig jaar zelf als een bezetene volgde. Op slag kwamen alle herinneringen terug. De sfeer. De spanning. Het geweldige gevoel van zo’n prestatie te leveren…. héél even had ik spijt zelf niet mee te hebben gelopen dit jaar. Héél even maar. Want ik besefte al snel: wat ik dit jaar mag doen, is ook héél leuk. En volgend jaar? Dan lopen we gewoon zelf weer mee, natuurlijk. Dat is het plan.

Klaar voor de storm!

Klaar voor de storm!

Stipt 8 uur parkeer ik mijn autootje bij het café Zates in Branst, de crime scene van post 95. Ambiance is er al volop. Opzwepende muziek schalt door de boxen en een reeks vrijwilligers in blauwe shirts heeft een heus buffet de Delhaize waardig opgezet: koffie, water, thee, cola, speculoos, appelsienen, wafeltjes… je vindt het allemaal aan deze post. Ik werd meteen hartelijk onthaald door postverantwoordelijke Ronny en kreeg een blauw T-shirt in m’n pollen gestopt om aan te doen. Leuk! Snel kennismaken met de collega’s – héél toffe mensen zo blijkt al snel –  en dan een lijstje met instructies lezen: “de wandelaar staat centraal – de post zo proper mogelijk houden – alle afval meteen sorteren – voorraden altijd controleren zodat snel kan worden bijbesteld – één consumptie per deelnemer…” Bij dat laatste fronste ik m’n wenkbrauwen, terugdenkend aan de vele bekertjes die ik vorig jaar achteroversloeg aan de posten. Maar ik zeg maar niets. Nieuwsgierig ging ik op zoek naar de STEILE HELLING die ik vorig jaar zo vervloekte. Die onmogelijke berg die ik naar beneden moest om drank te halen en dan weer naar boven. Welke onmens bedenkt zoiets terwijl je gewoon rechtdoor op de dijk zou kunnen lopen? Ik kijk rond en loop rond maar vind niets…. behalve iets dat een beetje op een vals plat lijkt. Was dat het? Jawel…. als je fris uit je bed komt lijkt dat allemaal dus veel kleiner. En met een glimlach op m’n gezicht begin ik bekertjes cola uit te schenken.

De eerste bekende klanten: Vanessa en Jacques!

De eerste bekende klanten: Vanessa en Jacques!

De eerste uurtjes verlopen zeer rustig. We hebben tijd om wat te babbelen en te lachen en commentaar te geven op de blonde dames van een soort sportzalf die proberen hun zalf te verpatsen aan elke loper / wandelaar die passeert. Slechts weinigen gaan erop in. Uiteraard, aan km 95 riskeer je het niet om je pijnlijke kuiten nog meer pijn te laten doen door er een onbekende substantie aan te gaan wrijven. Maar het enthousiasme van de dames verdient alvast een pluim. Telkens een loper de post nadert worden we verwittigd door het biepje van het scanningssysteem. Lekker handig. Zo weten we wanneer we in actie moeten schieten. De eerste uren passeert er slechts sporadisch iemand. De lopers. De snelle mannen. Een aantal lopen de post gewoon voorbij zonder zelfs even dag te zeggen of te zwaaien. Anderen maken er een heuse koffiepauze van en vertellen een half levensverhaal. En wij? Wij moedigen aan, bedienen met de glimlach, maken rondedansjes en waves… whatever it takes to keep them going.

"spaghettiiiiiiiiii"

“spaghettiiiiiiiiii”

Onder de lopers uiteraard heel wat bekenden. Amper een halfuurtje op post of het biepje van de scan werd gevolgd door een luid “Julie-ie-ie-ie-ie-ie”. Wie kwam daar achter de hoek gestoven? Maatjes Vanessa, die mij tijdens de marathon van Genk aan de post bediende, en Jacques, de uiterst fitte zestiger met wie ik vorig jaar de marathon in Rijkevorsel liep. Wat een leuke verrassing! Tijd voor een knuffel en een babbel, een foto en wat drinken, en dan gingen ze weer op pad, om even later in geweldige tijd Bornem te bereiken. Even later een nieuwe bekende: Joeri staat plots voor m’n neus, en bij het zien van mijn aanwezigheid klaarde zijn gezicht meteen op. Of was het door de bekertjes cola die ik aan het uitschenken was? ;-) In ieder geval, ondanks 95km in de benen had Joeri nog de moed om luidkeels “spaghetti” te zingen en een heel verhaal te doen over zijn derde deelname al aan de dodentocht. Chapeau! Ook Joeri bereikte even later knap de finish.

Ondertussen was ik al ruim vier uur bekertjes cola aan het schenken en werd ik zo ongewild de held van de post. Nu weten jullie al dat cola voor mij mijn “geheime wapen” is tijdens de langere wedstrijden, maar ik ben dus zeker niet de enige. Ik heb nog nooit zo veel vreugde gezien over een simpele beker met gesuikerd bruin water. Het calorierijke goedje toverde vreugde op gezichten, lokte vreugdekreten uit en werd in een mate gedronken waarbij de regel “één consumptie per persoon” ruim werd overschreden. Of we er iets van zeiden? Nee, natuurlijk niet, mensen die 95km in de benen hebben geef je wat ze nodig hebben. Soms is dat een luisterend oor, een ondersteunende schouder, een bemoedigend klopje. Soms is dat meerdere porties van een drankje of een wafeltje. Wij vrijwilligers waren plots héél slecht in tellen ;-) . Toch wanneer het over consumpties ging ….

…. niet wanneer het over afstanden ging. Wanneer mensen elkaar tegenkomen dan is de standaard begroeting doorgaans iets in de zin van “hey” , “hallo”, “koekoek” of “hoe is ‘t”. Zo niet tijdens de dodentocht. En al zeker niet aan de laatste post. Naarmate de dag vorderde en het publiek veranderde van lopers naar snelle wandelaars naar de grotere massa normale stappers veranderde de begroeting naar een gestandaardiseerd “hoe ver is ‘t nog”, en alsof het afgesproken was, gepaard gaan met een vooroverbuigen en leunen  op de tafel met het hoofd naar beneden. En hoe optimistisch we onze “MAAR 5 km meer” nog probeerden doen klinken, om één of andere reden zorgde ons antwoord nooit voor de vreugdekreet die we hadden gehoopt. Geef toe, na 95km is 5km toch nog peanuts? Dat zou je denken….. maar ik weet natuurlijk wel hoe die mensen zich voelen en die laatste 5km, geloof me, die is er teveel aan. Eén keer heb ik gewaagd te zeggen “5km, tenzij je weerkeert, dan zijn het er 95″. De reactie was genoeg om het geen tweede keer te wagen :-)

Knotwilg héél relaxed aan km 95

Knotwilg héél relaxed aan km 95

Ondertussen was er aan mijn tafeltje al veel bekend volk gepasseerd. Een frisse Kristl liep de dodentocht zonder veel problemen uit. Even later stond een jongen voor me en zei “jij bent Julie”. Mijn antwoord “Euh ja, maar wie ben jij”, leverde de repliek “een lezer van je blog” op, en weg was ie weer. Aangenaam verrast was ik toen ik Rudi zag passeren, de “knotwilg” die Valérie en ik vorig jaar tijdens de Schelde halve marathon leerde kennen. Straffe wilg, die knotwilg; vorig jaar zijn eerste halve marathon ooit gelopen, dit jaar al de marathon des sables én de dodentocht op het palmares. Je moet het maar doen. Ik zag nichtje Sofie dapper wandelen, de zus van een collega passeerde en ook Dirk vond de moed om na ettelijke kilometers nog op de foto te staan. Het maakte mijn dag bijzonder spannend en gevarieerd. En het deed me ook beslissen: volgend jaar loop ik zelf weer mee, dit is te leuk.

Na vier uren bekertjes cola te hebben geschonken aan een tempo dat je niet voor mogelijk acht, mocht ik ook eens iets anders doen aan de post. Er komt immers veel meer bij kijken dan bekertjes schenken en appelsienen snijden. De scanningmachine moet werken. De verantwoordelijke communiceert continu met de posten voor en achter ons. De opgevers moeten naar Bornem worden gebracht. En misschien nog het moeilijkste: de toeschouwers en meelopers moeten buiten de post worden gehouden. De bevoorradingspost is enkel voor deelnemers. Mensen die uit sympathie meewandelen of fietsen moeten boven op de dijk blijven en nadien hun wandelaar weer volgen. En dat laatste is makkelijker gezegd dan gedaan. Met drie vrijwilligers stonden we boven aan de dijk om de wandelaars vand e rest te scheiden en het is ongelofelijk wat mensen proberen om toch op de post te geraken. Eén seconde niet kijken en ze zijn binnengeglipt. Voor een wafeltje. Of een drankje. Duizenden keren heb ik aan mensen gezegd dat ze enkel mee mogen wandelen met de wandelaars mee, niet tegen de richting in. Kijk je één seconde naar een fietser, en zijn er al drie mensen 50 meter ver in tegengestelde richting aan het wandelen. Jammer. Het getuigt van weinig respect voor de deelnemers, want uiteindelijk worden zij gehinderd in hun activiteit, maar daar staan weinigen blijkbaar bij stil.

Soit. Als ik één ding heb geleerd die dag is dat de organisatie van de Dodentocht niet één pluim verdient maar verdorie een hele pruik. Honderden vrijwilligers zetten zich dag en nacht in om het de wandelaars en lopers zo gemakkelijk mogelijk te maken. Het parcours moet worden aangeduid, de posten opgezet en afgebroken, overal eten en drinken, muziek, en scanners. Rode kruis posten. Scanningsmachinges voor de tracking…. de hele dag waren de mannetjes en vrouwtjes in de blauwe T-shirts druk in de weer en niet één enkele keer, niet één enkele keer was iets te veel gevraagd. Enkel lachende gezichten, gemotiveerde mensen…. wat een team! Chapeau!

Kristl :-)

Kristl :-)

Eén van de mooiste dingen die ik me zal blijven herinneren aan deze dag zijn de emoties. Sport en emoties gaan sowieso hand in hand. En dat komt bij extreme prestaties als een 100km alleen maar meer tot uiting. Ik heb lachende gezichten gezien. Verbeten gezichten. Gezichten vol  doorzettingsvermogen en wilskracht, ondersteund door de bijhorende vuist. UItgeputte gezichten. Vertwijfelde gezichten. Ik heb stille mensen gezien, die in stilte hun pijn verbeten. Mensen die riepen. Zongen. Mensen, die hun leven vertelden. Mensen die vooruit wandelden. Of achteruit. Mensen die bijna kropen. Mensen, ondersteund langs beide kanten door 2 vrienden. Toen die niet mee mochten door de post, werd die rol door ons overgenomen. Ontelbare keren ben ik door de post gelopen met een wandelaar op mijn schouders die niet meer kon, soms in tranen omdat de vriend(in) niet mee door de post mocht. Ik maakte er zaak van de tranen te hebben omgezet in een lach tegen dat ik ze aan het einde van de post weer netjes afzette bij de vriend(in) in kwestie. Een lach. Een traan. Woorden van dank. Woorden van bewondering. En heel veel wederzijds respect onder de wandelaars. Zo mooi om zien. Daarvoor alleen al zou je het doen. En het enige wat je kan hopen is dat ze de moed nog vinden om die laatste 5 km af te leggen. Desnoods al kruipend.

Na 10u aan de bevoorradingspost ging ik terug naar huis. Met een kriebel in de buik, want de dodentocht wil ik zeker opnieuw lopen volgend jaar. Maar vooral met een ontzettend dankbaar gevoel. Dankbaar dat ik dit mocht meemaken. Dat ik mocht zien wat bij die organisatie komt kijken (en chapeau – dat is heel wat) en dat ik mocht op één of andere manier en misschien zelfs maar in héél beperkte mate, het leven van die duizenden wandelaars héél even wat makkelijker maken. Daar doe je het voor. Die dankjewels die je krijgt, dat kleine lachje, die ene blik….. Super gewoon!  Wat ben ik blij dat ik deze opdracht van Dorothé heb gekregen en ik weet zeker… uitdaging of niet, ik zal ook in de toekomst nog vrijwilliger spelen tijdens wedstrijden, want ook aan de andere kant staan is bijzonder leuk!

En daarmee is de zesde uitdaging van 2013 een feit. Op naar de volgende!

Hier zijn alle uitdagingen nog eens op een rijtje. Op naar de volgende!

  1. Loop eens rond het balatonmeer
  2. Loop eens een wedstrijd over een korte afstand
  3. Doe mee aan een duatlon
  4. Gedurende een maand minstens één rustdag per week – januari 2013
  5. Een maand chocoladevrij – 3/1/2013 tot en met 2/2/2013
  6. Lange tocht met fietsknooppunten en met de trein terug -  19/01/2013
  7. Maarten een 10km wedstrijd doen lopen
  8. 100 lengtes zwemmen – 13/01/2013
  9. Een uurtje yoga doen – 11/02/2013
  10. Wees eens vrijwilliger bij een wedstrijd – 10/08/2013

Geef een reactie